ECLI:NL:RBROE:2002:AF2582
Rechtbank Roermond
- Kort geding
- A.F.M. Schrickx
- Rechtspraak.nl
Toepassing kettingbeding bij verkoop perceel seniorenwoningen en ouderenzorg
In deze zaak staat de vraag centraal of een kettingbeding uit 1989 dat de bestemming van een perceel voor ouderenzorg waarborgt, mee moet worden overgedragen bij verkoop van het perceel door de Zorggroep aan de Woningstichting. De Zorggroep wil het perceel verkopen zonder het kettingbeding, terwijl de Parochie dit beding gehandhaafd wil zien om de ouderenzorgbestemming te beschermen.
De voorzieningenrechter constateert dat de oorspronkelijke bestemming van het perceel als bejaardentehuis niet meer haalbaar is vanwege veranderingen in het ouderenbeleid en de zorgstructuur. De Woningstichting wil seniorenwoningen realiseren, maar het is onduidelijk of dit volledig aansluit bij de zorgdoelstellingen van het beding. Er is onvoldoende garantie dat voorzieningen zoals een ouderensoos en 24-uurszorg behouden blijven.
De rechter oordeelt dat partijen hierover moeten dooronderhandelen. Om de eigentijdse invulling van ouderenzorg niet te blokkeren, wordt de Parochie veroordeeld te dulden dat de eigendomsoverdracht zonder kettingbeding plaatsvindt, onder de voorwaarde dat de Woningstichting verplicht wordt met de Parochie te onderhandelen over een passende invulling van het beding. Tevens moet een bedrag gereserveerd worden ter dekking van mogelijke financiële verplichtingen richting de Parochie. De vordering van de Parochie in reconventie wordt afgewezen en de proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: Overdracht van het perceel zonder kettingbeding toegestaan onder voorwaarde van onderhandelingen over invulling beding.