ECLI:NL:RBROE:2003:AF4889
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.P.C.M. Bruinsma
- J.H.J.M. Mertens-Steeghs
- O.M. de Lange
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor opzettelijke brandstichting met zes dodelijke slachtoffers en oplegging TBS-maatregel
Op 12 juli 2002 stichtte de verdachte opzettelijk brand in de berging van zijn woning in Roermond door een kledingstuk in brand te steken. De brand leidde tot de dood van zes kinderen die in de woning aanwezig waren. De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte bewust het risico nam dat de brand zich zou ontwikkelen en dat zijn partner, kinderen en omwonenden in gevaar zouden komen.
Tijdens de terechtzitting werd vastgesteld dat de verdachte leed aan een persoonlijkheidsstoornis met gestoorde agressieregulatie en fors alcoholgebruik, waardoor het feit hem slechts in verminderde mate kon worden toegerekend. De kans op herhaling werd als aanzienlijk ingeschat, mede vanwege het voornemen van de verdachte zijn relatie voort te zetten.
De rechtbank legde een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 15 jaar op, rekening houdend met de ernst van het feit, de gevolgen en de verminderde toerekeningsvatbaarheid. Daarnaast werd de maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging opgelegd vanwege het gevaar voor derden en het ontbreken van motivatie voor vrijwillige behandeling. De verdachte had nagelaten zijn gezin te waarschuwen en de brand te blussen, wat de tragedie mede veroorzaakte.
De rechtbank benadrukte de enorme impact op de nabestaanden en de samenleving en wees het verweer van de verdachte af dat hulpverleningsinstanties verantwoordelijk zouden zijn. De opgelegde straf en maatregel zijn bedoeld om recht te doen aan de ernst van het delict en de noodzaak tot behandeling van de verdachte.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 15 jaar gevangenisstraf en terbeschikkingstelling met dwangverpleging.