ECLI:NL:RBROE:2003:AF6148
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken verbindende kracht noodverordening bij doorzoeking bus
Op 24 maart 2003 heeft de politierechter te Roermond uitspraak gedaan in een zaak waarin verdachte werd verdacht van het opzettelijk niet voldoen aan een bevel zich te verwijderen uit de omgeving van een door opsporingsambtenaren te doorzoeken bus. Het bevel was gegeven op grond van artikel 4a van een noodverordening van de burgemeester van de gemeente Bergen, gedateerd 31 augustus 2002.
De rechtbank stelde vast dat de burgemeester krachtens artikel 176 van Pro de Gemeentewet bevoegd is om noodverordeningen te geven ter handhaving van de openbare orde, maar dat deze niet mogen afwijken van bij de Grondwet gestelde voorschriften. De doorzoeking van voertuigen vormt een inbreuk op het recht op privacy zoals beschermd in artikel 10 van Pro de Grondwet. De noodverordening bood echter geen voldoende grondslag voor deze inbreuk, waardoor artikel 4a van de noodverordening onverbindend werd geacht.
Bovendien bleek uit het onderzoek dat de doorzoeking niet was ingegeven door een ontdekking op heterdaad of een verdenking van een misdrijf zoals bedoeld in artikel 67 lid 1 van Pro het Wetboek van Strafvordering. Hierdoor ontbrak een wettelijk voorschrift dat het bevel rechtmatig maakte. De politierechter verklaarde het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen en sprak verdachte vrij.
De officier van justitie had subsidiair betoogd dat de noodverordening wel als wettelijk voorschrift moest worden beschouwd, maar dit werd verworpen. De uitspraak benadrukt het belang van de grondwettelijke bescherming van privacy en de noodzaak van een juiste wettelijke basis voor opsporingsbevoegdheden.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens het ontbreken van een verbindend wettelijk voorschrift voor het bevel tot verwijderen uit de omgeving van de te doorzoeken bus.