ECLI:NL:RBROE:2003:AI0664
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - meervoudig
- O.M. de Lange
- J.H.J.M. Mertens-Steeghs
- J.H. Klifman
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak advocaat wegens ontbreken overtuigend bewijs van strafbare betrokkenheid bij kredietwezen
De rechtbank Roermond behandelde een strafzaak tegen een verdachte advocaat die werd verdacht van deelname aan een criminele organisatie en overtreding van artikel 82 van Pro de Wet toezicht kredietwezen 1992. De tenlastelegging betrof het aantrekken en beheren van op termijn opvorderbare gelden van het publiek in diverse gemeenten in Nederland en daarbuiten, in de periode van 1996 tot 1999.
Tijdens de uitgebreide terechtzittingen, verspreid over meerdere dagen, werd vastgesteld dat de verdachte als advocaat betrokken was bij diverse handelingen, waaronder het ondertekenen van documenten, het beschikbaar stellen van derdenrekeningen en contacten met de Stichting Toezicht Effectenverkeer (STE). Hoewel deze feiten technisch wijzen op een meer dan louter advocatuurlijke betrokkenheid, ontbrak het aan voldoende overtuigend bewijs dat de verdachte de advocatuurlijke grens had overschreden en strafbare feiten had gepleegd.
De rechtbank overwoog dat het opzet onvoorwaardelijk moest zijn en dat het oogmerk van de criminele organisatie onvoldoende was bewezen. Ook werd vastgesteld dat andere bestuurlijke handelingen dan de enkele ondertekening van de Director's Indemnity niet waren bewezen. Gezien deze omstandigheden sprak de rechtbank de verdachte vrij van alle tenlasteleggingen. De benadeelde partijen werden niet-ontvankelijk verklaard in hun vorderingen en verwezen naar de burgerlijke rechter.
Uitkomst: Verdachte advocaat wordt vrijgesproken wegens onvoldoende overtuigend bewijs van strafbare betrokkenheid.