ECLI:NL:RBROE:2003:AN9385

Rechtbank Roermond

Datum uitspraak
26 november 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
04/060062.03
Instantie
Rechtbank Roermond
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 591a SvArt. 89 SvArt. 31 Wet op de rechtsbijstand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek kostenvergoeding raadsman na vrijspraak afgewezen behalve beperkte vergoeding

De rechtbank Roermond behandelde een verzoek tot kostenvergoeding voor rechtsbijstand van een verdachte die was vrijgesproken door de politierechter. De verdachte had een toevoeging voor rechtsbijstand, maar koos ervoor deze pas na afloop van de strafprocedure te gebruiken om een vergoeding te verkrijgen. De rechtbank oordeelde dat het in strijd is met het wettelijke systeem om pas na afloop van de strafprocedure te kiezen voor vergoeding op basis van een toevoeging of de voordeligere kostenvergoeding ex artikel 591a Sv.

De rechtbank stelde vast dat de toevoeging niet was geretourneerd en feitelijk werd gebruikt alsof deze voorwaardelijk was verleend, wat volgens de heersende rechtsopvatting niet mogelijk is. De verdachte had niet kenbaar afgezien van de toevoeging, waardoor het verzoek om vergoeding niet in aanmerking kwam. Tevens werd het verzoek om vergoeding van de kosten voor het indienen van het verzoek ex artikel 89 Sv Pro gedeeltelijk toegewezen met een bedrag van EUR 50, lager dan de standaardvergoeding van EUR 275, als redelijke maatstaf.

De rechtbank verwees naar jurisprudentie van het Hof 's-Hertogenbosch en benadrukte het belang van kostenbeheersing en uniformiteit in de Wet op de rechtsbijstand. Het verzoek om vergoeding van overige kosten werd afgewezen. De beslissing werd uitgesproken door mr. M.J.A.G. van Baal op 26 november 2003.

Uitkomst: Verzoek om kostenvergoeding afgewezen behalve een beperkte vergoeding van EUR 50 voor het indienen van het verzoek.

Uitspraak

Parketnummer: 060062-03
Kenmerk : 03/297
B E S C H I K K I N G
van de rechtbank Roermond, op het verzoekschrift van de gewezen verdachte:
naam : [achternaam]
voornamen : [voornamen]
geboren op : [geboortedatum] te [geboorteplaats]
adres : [adres]
plaats : [woonplaats]
te dezer zake domicilie kiezende ten kantore van mr. J. Nederlof te Venlo.
Het verzoekschrift houdt in een verzoek tot toekenning van een vergoeding ten laste van de Staat terzake van door [achternaam] voornoemd gemaakte kosten voor rechtsbijstand, reis- en verblijfkosten en de kosten teneinde het onderhavige verzoek op te stellen in de strafzaak met bovenvermeld parketnummer. De rechtbank verwijst naar de inhoud van dat verzoekschrift.
De rechtbank heeft op 12 november 2003 gehoord:
- de officier van justitie;
- de raadsman van verzoeker.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de processtukken.
Voormelde zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel nu verzoeker blijkens uitspraak van 05 juni 2003 van de politierechter te Roermond is vrijgesproken van het hem tenlastegelegde, tegen welke uitspraak door de officier van justitie geen hoger beroep is ingesteld.
Ten aanzien van het verzoek tot vergoeding van de kosten voor rechtsbijstand overweegt de rechtbank als volgt.
Desgevraagd heeft de raadsman van verzoeker medegedeeld dat aan verzoeker een toevoeging is verleend. Voorts deelt hij mede dat met zijn cliënt heeft afgesproken dat indien zijn cliënt zou worden vrijgesproken eerst getracht zou worden vergoeding van kosten via deze procedure te verkrijgen. Pas als dat niet zou lukken zou van de toevoeging gebruikt gemaakt worden. Onder verwijzing naar een uitspraak van het Hof 's-Hertogenbosch van 28 mei 2003, gepubliceerd in Nieuwsbrief Strafrecht 2003/293 is de raadsman van mening dat verzoeker niet gehouden was om gebruik te maken van de afgegeven toevoeging.
Dienaangaande overweegt de rechtbank dat verzoeker niet gehouden was destijds een toevoeging aan te vragen dan wel gebruik te maken van de toevoeging.
Verzoeker had de mogelijkheid om zelf zijn advocaat te kiezen of om met zijn toegevoegde advocaat de afspraak te maken dat geen gebruik zou worden gemaakt van de toevoeging waarbij de advocaat zich als gekozen raadsman zou kunnen
stellen.
Niet gebleken is echter dat verzoeker destijds reeds heeft afgezien van het gebruik van de toevoeging. Integendeel, de toevoeging is niet geretourneerd maar gebruikt als ware de toevoeging voorwaardelijk verleend als bedoeld in artikel 31 van Pro de Wet op de rechtsbijstand. Naar de heersende rechtsopvatting is het verlenen van een voorwaardelijke toevoeging in strafzaken echter niet mogelijk (vergelijk Hof Arnhem in NJ 2003/408).
Zou dit laatste in beginsel wél mogelijk zijn dan moet worden geconstateerd dat een dergelijke toevoeging niet is aangevraagd, noch dat werd voldaan aan de in genoemd artikel vermelde criteria, dat de 'rechtsbijstand betrekking heeft op een aanmerkelijk financieel belang of aannemelijk is dat de kosten van rechtsbijstand verhaald kunnen worden op een derde'.
Vaststaat dat zowel wanneer verzoekers rechtsbijstand wordt gefinancierd op basis van een toevoeging als wanneer de rechtbank het voorliggend verzoek zou toewijzen, de kosten ten laste komen van 's Rijks kas, waardoor geen sprake is van een derde partij als bedoeld in voornoemd artikel.
De omstandigheid dat verzoeker destijds niet kenbaar heeft afgezien van de aanspraak op kosteloze rechtsbijstand maar de toevoeging resultaatsgericht heeft aangewend, derhalve afhankelijk van de uitkomst van de strafzaak, moet, gelet op het vorenoverwogene, in strijd worden geacht met het streven van de wetgever naar kostenbeheersing en uniformiteit zoals dat blijkt uit de geschiedenis van de totstandkoming van de Wet op de rechtsbijstand en de bijbehorende uitvoeringsregelingen. De rechtbank is dan ook van oordeel dat het voorliggend verzoek om vergoeding van kosten voor rechtsbijstand niet voor
inwilliging in aanmerking komt. De situatie zoals bedoeld in de door de raadsman aangehaalde uitspraak van het Hof 's-Hertogenbosch doet zich in casu niet voor, nu in die zaak reeds vóór de zitting in de strafzaak de keuze was gemaakt om de toevoeging af te declareren tot aan de zitting en vanaf dat moment de raadsman tegen betaling rechtsbijstand te doen verlenen.
Nu het verzoek zal worden afgewezen zal de rechtbank geen vergoeding toekennen voor het indienen van dit verzoek.
Tegelijkertijd met het indienen van het onderhavige verzoek heeft verzoeker ook een verzoek ex artikel 89 Sv Pro ingediend. Nu dit verzoek strekt tot een toekenning van Euro 105,--, welk verzoek de rechtbank (in een aparte beschikking) gedeeltelijk toewijst tot een bedrag van Euro 70,--, acht de rechtbank het toekennen van de standaard vergoeding voor het indienen van dergelijke verzoeken van Euro 275,-- onevenredig. De rechtbank stelt deze vergoeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid vast op Euro 50,--.
Gelet op artikel 591a van het Wetboek van Strafvordering;
B E S L I S S I N G:
De rechtbank:
stelt het bedrag van de aan verzoeker [achternaam] voornoemd toekomende vergoeding ten laste van de Staat vast op EUR 50,00 (inclusief 19% BTW) (zegge: vijftig euro);
verstaat dat de uitbetaling geschiedt door de griffier van deze rechtbank;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.J.A.G. van Baal, in tegenwoordigheid van mr. W.A.M. de Loo als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 november 2003.