ECLI:NL:RBROE:2003:AN9840
Rechtbank Roermond
- Raadkamer
- A.W. Ente
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid verlenging inverzekeringstelling en voorgeleiding verdachte
In deze zaak stond centraal of de officier van justitie de inverzekeringstelling van een verdachte mag verlengen voordat de verdachte aan de rechter-commissaris is voorgeleid. De verdachte werd op 10 oktober 2003 gehoord naar aanleiding van de vordering tot inbewaringstelling en gerechtelijk vooronderzoek. Tijdens het verhoor gaf de verdachte aan bereid te zijn mee te werken aan een onderzoek naar zijn geestvermogens en verklaarde dat zijn agressie met medicatie wordt onderdrukt.
De meervoudige raadkamer overwoog dat de wetgever de verlenging van de inverzekeringstelling heeft gekoppeld aan een tussentijdse toetsing door de rechter-commissaris binnen drie dagen en 15 uur na aanhouding. Dit betekent dat de officier van justitie de verlenging niet mag verrichten zonder voorafgaande rechterlijke toetsing van de rechtmatigheid van de eerste inverzekeringstelling.
De rechtbank benadrukte dat de termijn van artikel 59a lid 1 Sv begint bij de aanhouding en rekening houdt met de variabele periode tussen aanhouding en inverzekeringstelling. De rechter-commissaris oordeelde dat in dit geval de inverzekeringstelling onrechtmatig was omdat de verdachte niet voor afloop van de inverzekeringstelling aan de rechter-commissaris was voorgeleid. De rechtbank stelde de verdachte vervolgens rauwelijks in bewaring en regelde juridische bijstand.
De uitspraak bevestigt dat de wetgever de verlenging van de inverzekeringstelling door de officier van justitie slechts verantwoord acht indien deze plaatsvindt na een rechterlijke toetsing, waarmee de rechtsbescherming van de verdachte is gewaarborgd.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de inverzekeringstelling onrechtmatig is omdat de verdachte niet tijdig aan de rechter-commissaris is voorgeleid.