ECLI:NL:RBROE:2004:AO5554
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.J. Voncken
- E.J.A.M. Bakermans
- Th.M. Schelfhout
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit over bouwvergunning en onherroepelijkheid loodsen
Eiser vroeg op 21 maart 2001 een bouwvergunning aan voor woningsplitsing op een perceel met woning/boerderij. De gemeente verleende op 16 juli 2002 een bouwvergunning met tekeningen waarop ook twee loodsen stonden aangegeven. Later stelde de gemeente dat de loodsen niet vergund waren en stuurde een brief van 31 januari 2003 waarin de tekeningen van de loodsen waren voorzien van het stempel “vervallen”.
Eiser maakte bezwaar tegen deze brief en stelde dat de vergunning onherroepelijk was en ook de loodsen betrof. De gemeente verklaarde het bezwaar ontvankelijk doch ongegrond. De rechtbank oordeelt dat de brief van 31 januari 2003 wel een besluit is, maar dat het bezwaar tegen dat besluit ontvankelijk was. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit omdat de gemeente onjuist heeft aangenomen dat het bezwaar tegen de bouwvergunning was gericht.
Inhoudelijk oordeelt de rechtbank dat de aanvraag en bijbehorende stukken alleen betrekking hadden op de woningsplitsing en niet op de loodsen. De tekeningen van de loodsen waren deels situatieschetsen en deels voorafgaand ingediend, maar niet onderdeel van de vergunningaanvraag. Ook de verklaring van geen bezwaar van Gedeputeerde Staten betrof niet de loodsen. De voorwaarde in de vergunning dat bijgebouwen maximaal 70m2 mogen zijn, bevestigt dit. Het bezwaar tegen het besluit van 31 januari 2003 wordt ongegrond verklaard. De gemeente wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, het bezwaar tegen het besluit van 31 januari 2003 wordt ongegrond verklaard.