ECLI:NL:RBROE:2004:AR2969
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E.J.A.M. Bakermans
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking vervoersvoorziening wegens ontbreken uitlooptermijn
Verzoekster ontving sinds 1994 een tegemoetkoming in vervoerskosten op grond van de Wet voorzieningen gehandicapten. Na een herbeoordeling in 2004 concludeerde de GGD dat zij gebruik kon maken van het openbaar vervoer, waarna de gemeente besloot de voorziening per 1 april 2004 in te trekken.
De rechtbank oordeelt dat hoewel intrekking gerechtvaardigd is, het besluit te abrupt is genomen zonder een redelijke uitlooptermijn. Verzoekster was tien jaar gewend aan de voorziening en had geen aanleiding rekening te houden met intrekking.
De rechtbank stelt dat een uitlooptermijn van een jaar passend is om de belangen van verzoekster te waarborgen. Het besluit tot intrekking wordt daarom vernietigd en de gemeente wordt opgedragen opnieuw op bezwaar te beslissen met inachtneming van deze overwegingen.
Daarnaast wordt de voorlopige voorziening toegewezen waardoor de vervoersvoorziening wordt voortgezet totdat op het bezwaar is beslist. Verzoekster krijgt tevens vergoeding van de griffierechten.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de vervoersvoorziening wordt vernietigd en de voorziening wordt voortgezet totdat op bezwaar is beslist.