ECLI:NL:RBROE:2004:AR5958
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P.C.G. Brants
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aanwijzing contact- en gebiedsbeperking tussen vader en minderjarige
De minderjarige is sinds 29 oktober 2002 onder toezicht gesteld en geplaatst in een pleeggezin. De Stichting Bureau Jeugdzorg Limburg gaf een schriftelijke aanwijzing aan vader, waarin onder meer een begeleide bezoekregeling en een gebiedsbeperking werden opgelegd vanwege zorgen over de veiligheid en het welzijn van de minderjarige.
Vader verzocht om vervallenverklaring van deze aanwijzing, stellende dat de problemen niet door hem worden veroorzaakt en dat de beperkingen disproportioneel zijn. De kinderrechter overwoog dat de aanwijzing het doel van de ondertoezichtstelling dient en noodzakelijk is voor de geestelijke en lichamelijke gesteldheid van de minderjarige.
De rechter oordeelde dat de contact- en gebiedsbeperking gerechtvaardigd zijn, maar het gebod aan vader om bepaalde uitlatingen te doen niet kan worden gehandhaafd omdat dit disproportioneel is. De bezoekregeling is beperkt tot begeleid contact van één uur per maand onder toezicht.
De beslissing is genomen met inachtneming van de Algemene wet bestuursrecht en het belang van de minderjarige staat voorop. Vader oefent het ouderlijk gezag uit samen met de moeder, maar zijn bewegingsvrijheid wordt beperkt ten behoeve van het welzijn van het kind.
Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: De contact- en gebiedsbeperking worden gehandhaafd, het gebod tot bepaalde uitlatingen jegens de minderjarige wordt vervallen verklaard.