ECLI:NL:RBROE:2004:AS8477
Rechtbank Roermond
- Raadkamer
- P.H.J. Frénay
- W.P.C.M. Bruinsma
- Y.J.C.A. Roeffen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verschoningsrecht bij inbeslagneming dossiers en debiteurenlijsten notaris
In deze zaak klaagt een notaris over de inbeslagneming van documenten tijdens doorzoekingen op zijn kantoor in juni 2004. De notaris beriep zich op zijn notarieel verschoningsrecht, maar de rechter-commissaris oordeelde dat twee van de drie dossiers niet onder dit recht vielen. De rechtbank bevestigde dit oordeel voor die twee dossiers, maar stelde vast dat één dossier en de debiteurenlijsten wel onder het verschoningsrecht vallen.
De rechtbank overwoog dat de opsporingsambtenaren pas na toetsing door de rechter-commissaris en na het beroep op het verschoningsrecht inzage hadden mogen nemen. Hoewel er sprake was van een te vroege kennisneming, had dit geen aparte gevolgen zolang de inbeslagneming rechtmatig was. De verdenking tegen de notaris werd niet als lichtvaardig beschouwd, zodat de doorzoeking gerechtvaardigd was.
Met betrekking tot het verschoningsrecht stelde de rechtbank dat alleen brieven en geschriften die het voorwerp van het strafbare feit uitmaken of daartoe hebben gediend, buiten het verschoningsrecht vallen. De rechter-commissaris had terecht geoordeeld dat twee dossiers daartoe behoorden, maar het derde dossier en de debiteurenlijsten vielen onder het verschoningsrecht. Er waren geen bijzondere omstandigheden die het belang van de waarheidsvinding boven het verschoningsrecht deden prevaleren.
Daarom verklaarde de rechtbank het beklag gegrond voor het dossier en de debiteurenlijsten en gelastte de teruggave daarvan. Voor de andere dossiers werd het beklag ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank gelast teruggave van één dossier en debiteurenlijsten wegens verschoningsrecht, terwijl twee dossiers in beslag mochten blijven.