ECLI:NL:RBROE:2005:AS9106
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen sluiting winkel wegens aanwezigheid softdrugs
Verzoeker exploiteert een levensmiddelenwinkel waar op 9 november 2004 circa 500 gram verdovende middelen werden aangetroffen. De burgemeester van Venlo gelastte op grond van artikel 13b van de Opiumwet en de Awb de sluiting van het voor publiek toegankelijke lokaal voor zes maanden. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg een voorlopige voorziening.
De rechtbank stelt vast dat de aanwezigheid van softdrugs voldoende is vastgesteld en dat de burgemeester bevoegd was bestuursdwang toe te passen. Persoonlijke verwijtbaarheid speelt geen rol; verzoeker is verantwoordelijk voor zijn inrichting. De beleidsregels voor sluiting zijn objectgericht en niet persoonsgericht, waardoor de verzwaring van de sluitingsduur vanwege een eerdere overtreding in een ander pand niet zonder meer toepasbaar is.
De rechter acht de sluiting van zes maanden niet onredelijk gezien de hoeveelheid drugs en het recidief. De motivering van de burgemeester moet bij bezwaar worden verbeterd, maar dit leidt niet tot schorsing. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van de winkel wegens aanwezigheid van softdrugs wordt afgewezen.