ECLI:NL:RBROE:2005:AT0705
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.C.G. Brants
- A.M.G. Smit
- I.R.A. Timmermans-Vermeer
- Rechtspraak.nl
Teruggeleiding van kinderen na ongeoorloofde overbrenging naar Nederland
De rechtbank Roermond behandelde een verzoek van de Centrale Autoriteit tot teruggeleiding van zes minderjarige kinderen die door hun vader ongeoorloofd vanuit het Verenigd Koninkrijk naar Nederland waren overgebracht. De moeder, die samen met de vader het gezag over de kinderen heeft, had geen toestemming gegeven voor deze verhuizing en wenste de terugkeer van de kinderen naar het Verenigd Koninkrijk.
De vader stelde dat hij met toestemming van de moeder handelde en dat de kinderen in Nederland wilden blijven wonen. De rechtbank stelde vast dat de gewone verblijfplaats van de kinderen ten tijde van vertrek het Verenigd Koninkrijk was, waar zij sinds 2000 woonden en naar school gingen. De vader had de kinderen niet op het afgesproken tijdstip teruggebracht en was zonder instemming van de moeder naar Nederland vertrokken.
De rechtbank oordeelde dat sprake was van ongeoorloofde overbrenging en ongeoorloofd niet terugkeren zoals bedoeld in het Haags Kinderontvoeringsverdrag. Er waren geen uitzonderingssituaties die terugkeer konden verhinderen. De rechtbank gelastte de onmiddellijke terugkeer van de kinderen naar het Verenigd Koninkrijk, beval de afgifte aan de Stichting Bureau Jeugdzorg Limburg en veroordeelde de vader tot vergoeding van de gemaakte kosten.
Uitkomst: De rechtbank gelast de onmiddellijke terugkeer van de minderjarige kinderen naar het Verenigd Koninkrijk en veroordeelt de vader tot vergoeding van de terugkeerkosten.