ECLI:NL:RBROE:2005:AU0356
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ongeldige mandaatverlening bij niet-naleving verblijfsontzegging Venlo
De verdachte werd beschuldigd van het opzettelijk niet voldoen aan meerdere verblijfsontzeggingen opgelegd door of namens de burgemeester van Venlo, krachtens artikel 2:75 van Pro de Algemene plaatselijke verordening (APV). De tenlastelegging betrof vier verschillende data in 2005 waarop verdachte zich in het verboden gebied zou hebben opgehouden.
De politierechter oordeelde dat het mandaat dat de burgemeester aan politieambtenaren had verleend om deze verblijfsontzeggingen op te leggen, in strijd was met artikel 177, tweede lid, van de Gemeentewet. Dit artikel verbiedt expliciet dat de burgemeester zijn besluiten op grond van de APV aan politieambtenaren machtigt. Hierdoor kon niet worden bewezen dat de verblijfsontzeggingen rechtsgeldig waren opgelegd.
Daarnaast stelde de rechtbank dat de burgemeester niet als een 'ambtenaar met enig toezicht belast' kan worden aangemerkt in de zin van artikel 184 Wetboek Pro van Strafrecht, en dat een verblijfsontzegging geen 'bevel' is zoals bedoeld in dat artikel. Dit leidde tot de conclusie dat verdachte niet strafrechtelijk kon worden veroordeeld voor het niet naleven van deze verblijfsontzeggingen.
De rechtbank verwees ook naar een eerdere bestuursrechtelijke uitspraak die de onrechtmatigheid van de mandaatverlening bevestigde. Tot slot gaf de politierechter handvatten voor een correcte taak- en bevoegdheidstoepassing om drugsoverlast in Venlo effectief aan te pakken, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen bestuursrechtelijke bevelen en strafrechtelijke handhaving door politie.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken omdat de verblijfsontzeggingen niet rechtsgeldig waren opgelegd en geen strafrechtelijk bevel vormden.