ECLI:NL:RBROE:2005:AU2953
Rechtbank Roermond
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bezwaar tegen vergunning tot opgraving en herbegraving na verstrijken grafrusttermijn
Verweerder heeft aan belanghebbende een vergunning verleend voor het opgraven en herbegraven van het stoffelijk overschot van haar overleden echtgenoot, die ruim 30 jaar geleden te Venlo is begraven. Verzoekster maakte bezwaar tegen deze vergunning met beroep op het beginsel van grafrust.
De rechtbank overweegt dat op grond van de Wet op de lijkbezorging en de daarbij behorende circulaire en inspectierichtlijn, de grafrust ten minste tien jaar bedraagt. Na deze periode kan aan het beginsel van grafrust minder gewicht worden toegekend in de belangenafweging. Omdat de termijn van ruim 30 jaar ruimschoots is verstreken en volledige skelettering mag worden verwacht, is het niet onredelijk om het belang van belanghebbende bij herbegraving nabij haar woonplaats zwaarder te laten wegen.
De rechtbank concludeert dat verweerder geen kennelijk onredelijk besluit heeft genomen en verklaart het beroep ongegrond. Tevens wijst zij het verzoek om een voorlopige voorziening af. Tegen dit gedeelte van de uitspraak staat geen rechtsmiddel open, maar tegen het ongegrond verklaren van het beroep kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van verzoekster wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.