ECLI:NL:RBROE:2005:AU3742
Rechtbank Roermond
- Raadkamer
- M.J.A.G. van Baal
- D.C.M. Bomans
- Y.J.C.A. Roeffen
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid rechter tot schorsing voorlopige hechtenis bij incidenteel verlof
De verdachte, die zich in voorlopige hechtenis bevindt, verzocht de rechtbank om schorsing van deze hechtenis om incidenteel verlof te verkrijgen voor het bijwonen van de huwelijkssluiting van zijn beste vriend. De directeur van de inrichting weigerde verlof te verlenen omdat de reden niet in de limitatieve opsomming van de Regeling tijdelijk verlaten van de inrichting stond. De rechtbank overwoog dat artikel 21, lid 1 van deze Regeling incidenteel verlof mogelijk maakt voor bijzondere gebeurtenissen in de persoonlijke sfeer waarbij aanwezigheid noodzakelijk is, en dat de opsomming in de artikelen 23 tot en met 31 niet limitatief is.
De rechtbank concludeerde dat het verzoek van de verdachte valt binnen de reikwijdte van de Regeling en dat de rechter op grond van artikel 80, lid 6, van het Wetboek van Strafvordering niet bevoegd is schorsing van de voorlopige hechtenis te bevelen in gevallen waarin verlof kan worden verleend krachtens de Penitentiaire beginselenwet. Daarom verklaarde de rechtbank zich niet bevoegd om de schorsing te bevelen.
Deze uitspraak benadrukt dat de beslissing over incidenteel verlof bij bijzondere persoonlijke gebeurtenissen primair bij de directeur van de inrichting ligt en niet bij de rechter, ook als de reden niet expliciet in de opsomming van de Regeling voorkomt.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich niet bevoegd schorsing van de voorlopige hechtenis te bevelen bij incidenteel verlof.