ECLI:NL:RBROE:2005:AV1368
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Recht op zwangerschapsuitkering ondanks arbeidsongeschiktheid en zwangerschapsverlof
Eiseres diende namens haar werkneemster een aanvraag in voor een uitkering op grond van de Wet Arbeid en Zorg (WAZO) wegens zwangerschap en bevalling. Verweerder wees de aanvraag af omdat werkneemster volgens hem niet voldeed aan het werknemersbegrip van artikel 3:6 WAZO Pro, omdat zij geen arbeid verrichtte op de datum van het zwangerschapsverlof.
Eiseres stelde dat de arbeidsovereenkomst nog bestond en dat werkneemster als werknemer moest worden aangemerkt, ook al verrichtte zij geen arbeid vanwege zwangerschapsverlof en arbeidsongeschiktheid. Verweerder stelde dat werkneemster niet verzekerd was voor de Ziektewet en daarom geen recht had op de WAZO-uitkering.
De rechtbank oordeelde dat het begrip werknemer in de WAZO niet strikt grammaticaal moet worden uitgelegd als het feitelijk verrichten van arbeid, maar dat de arbeidsovereenkomst en de intentie tot het verrichten van arbeid bepalend zijn. Hierdoor is werkneemster werknemer in de zin van de WAZO en heeft zij recht op de uitkering. Het beroep werd gegrond verklaard en het besluit van verweerder vernietigd.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres. De uitspraak benadrukt dat ook tijdens zwangerschapsverlof het werknemerschap blijft bestaan voor de toepassing van de WAZO.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vernietigt het besluit dat de werkneemster geen recht heeft op de WAZO-uitkering.