ECLI:NL:RBROE:2005:AV1954
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Berekening en oplegging ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel hennepteelt
In deze zaak heeft de politierechter het wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld dat de veroordeelde heeft behaald door de teelt en verkoop van hennepplanten. Uit het bewijs blijkt dat de veroordeelde samen met mededaders een hennepplantage exploiteerde met in totaal 957 planten, verdeeld over twee oogsten. De opbrengst per plant is berekend aan de hand van een standaardrapport van het Openbaar Ministerie.
De politierechter heeft de opbrengst per gram hennep vastgesteld op €2,37 en het gewicht per plant op 28,2 gram. Na aftrek van afschrijvingskosten en huurkosten die deels als privégebruik werden aangemerkt, komt het wederrechtelijk verkregen voordeel uit op €55.033,34. De kosten voor elektriciteit werden ook in mindering gebracht omdat diefstal daarvan niet was vastgesteld.
De ontnemingsmaatregel wordt hoofdelijk opgelegd aan de veroordeelde, zonder dat er sprake is van omstandigheden die tot matiging van de betalingsverplichting leiden. De veroordeelde is verplicht dit bedrag aan de Staat te betalen, tenzij mededaders dit bedrag geheel of gedeeltelijk hebben voldaan.
De beslissing is genomen op basis van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht en is uitgesproken door politierechter L.P. Bosma op 23 september 2005 in de rechtbank Roermond.
Uitkomst: De veroordeelde is verplicht tot betaling van €55.033,34 aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.