ECLI:NL:RBROE:2005:BA1355

Rechtbank Roermond

Datum uitspraak
24 augustus 2005
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
68424 / JE RK 05 - 620
Instantie
Rechtbank Roermond
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • P.C.G. Brants
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:261 BWArt. 1:264 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Aanhouding beslissing uithuisplaatsing en vervangende toestemming medische behandeling minderjarige

De Stichting Bureau Jeugdzorg Limburg verzocht de kinderrechter om machtiging tot uithuisplaatsing en vervangende toestemming voor medische behandeling van een minderjarige met cognitieve beperkingen en gedragsproblemen. De ouders oefenden het gezag uit en stemden niet in met de uithuisplaatsing, wel met dagbehandeling.

Tijdens de mondelinge behandeling gaf de vertegenwoordiger van de stichting aan dat opname in een AWBZ-instelling noodzakelijk is vanwege de problematiek van de minderjarige. De kinderrechter achtte zich op dat moment onvoldoende voorgelicht over de noodzaak van de medische behandeling en vroeg nadere informatie over het ernstig gevaar voor de gezondheid zonder behandeling.

Gezien het nauwe verband tussen de uithuisplaatsing en de medische behandeling werd besloten de beslissing aan te houden totdat de stichting de gevraagde medische bescheiden aanlevert. De kinderrechter oordeelde dat opname noodzakelijk is in het belang van verzorging en opvoeding, conform artikel 1:261 lid 1 BW Pro.

De uitspraak werd gedaan door kinderrechter P.C.G. Brants op 24 augustus 2005 en is aanvechtbaar binnen drie maanden bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch.

Uitkomst: De kinderrechter houdt de beslissing aan in afwachting van nadere informatie over de medische noodzaak van de behandeling en het ernstig gevaar voor de gezondheid van de minderjarige.

Uitspraak

Zaak-/rolnummer: 68424 / JE RK 05-620.
Datum uitspraak: 24 augustus 2005
B E S C H I K K I N G
van de kinderrechter in de rechtbank Roermond
op de op 5 juli 2005 ingediende verzoekschriften van de Stichting Bureau Jeugdzorg Limburg, mede kantoorhoudende te Venlo, tot verlening van een machtiging tot uithuisplaatsing, alsmede tot het verlenen van vervangende toestemming voor een medische behandeling van:
[de minderjarige], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum], hierna te noemen de minderjarige.
De kinderrechter merkt naast de minderjarige als belanghebbenden aan:
- [de moeder],
wonende te [woonplaats],
[adres],
- [de vader],
wonende te [woonplaats],
[adres].
Het ouderlijk gezag wordt uitgeoefend door de vader.
1. Het verloop van de procedure
De minderjarige is ondertoezicht gesteld van de stichting voornoemd. De ondertoezichtstelling loopt tot 28 augustus 2005.
Het plan van aanpak en het verslag van het verloop van de ondertoezichtstelling, alsmede het indicatiebesluit zijn bij het verzoekschrift overgelegd.
De machtiging tot uithuisplaatsing wordt verzocht in het belang van de verzorging en de opvoeding van de minderjarige.
De machtiging tot vervangende toestemming medische behandeling wordt verzocht om de minderjarige te kunnen plaatsen in een AWBZ instelling.
Op 2 augustus 2005 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. De griffier heeft van de inhoud daarvan aantekening gehouden.
Bij de behandeling zijn verschenen:
- [de moeder],
- [de vader],
- de zus van de minderjarige,
- [naam tolk], tolk in de Marokkaanse taal,
- een vertegenwoordiger van de stichting.
2. Vaststellingen en overwegingen
2.1 De vertegenwoordiger van de Stichting Bureau Jeugdzorg geeft ter zitting aan dat de problematiek van de minderjarige van dien aard is dat plaatsing in het [naam instelling] noodzakelijk is. De minderjarige heeft cognitieve beperkingen waardoor hij moeite heeft om met verschillende situaties verschillend om te gaan. De minderjarige kan zijn agressie en impulsen moeilijk reguleren. Nu de ouders niet kunnen instemmen met de uithuisplaatsing en plaatsing in een AWBZ instelling als [naam instelling] in dit geval enkel mogelijk is met instemming van de ouders moet het verzoek tot uithuisplaatsing en het verzoek tot vervangende toestemming in nauwe samenhang worden bezien.
2.2 De ouders zijn het niet eens met het verzoek tot uithuisplaatsing. Zij geven aan dat ze bereid zijn om in te stemmen met elke vorm van dagbehandeling, vanwege de problemen die de minderjarige heeft. Met een behandeling waarbij de minderjarige uit huis geplaatst wordt kunnen zij niet instemmen.
2.3 De kinderrechter is van oordeel dat op grond van de verkregen inlichtingen en gelet op het bepaalde in artikel 1:261, lid 1, Burgerlijk Wetboek, de opname van de minderjarige noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding.
Met betrekking tot het verzoek tot vervangende toestemming voor medische behandeling acht de kinderrechter zich op basis van de thans voorhanden gegevens onvoldoende voorgelicht.
Voor een goede beoordeling van onderhavig verzoek in relatie tot het bepaalde in artikel 1:264 Burgerlijk Pro Wetboek dient de stichting binnen één maand na 24 augustus 2005 uitsluitsel te geven op de navolgende vraagpunten:
1. dient de uithuisplaatsing ten behoeve van een medische behandeling van de minderjarige;
indien vraag 1 bevestigend wordt beantwoord:
2. is behandeling noodzakelijk om ernstig gevaar voor de gezondheid van de minderjarige te voorkomen;
3. zo ja, waaruit bestaat dat ernstig gevaar, met andere woorden wat zullen de gevolgen voor de minderjarige zijn als de voorgenomen medische behandeling achterwege blijft.
De kinderechter verzoekt de stichting medische bescheiden over te leggen ter staving van haar standpunt.
Gelet op het vorenstaande zal de kinderrechter het verzoek tot vervangende toestemming als ook het verzoek tot uithuisplaatsing aanhouden nu dit laatste verzoek volgens de stichting nauw samenhangt met het verzoek tot vervangende toestemming.
BESLISSING
De kinderrechter:
houdt aan de beslissing op de verzoeken tot machtiging uithuisplaatsing en tot vervangende toestemming tot een nader te bepalen tijdstip in afwachting van nadere informatie van de stichting;
Deze beslissing is gegeven door mr. P.C.G. Brants, kinderrechter, en ter openbare terechtzitting van 24 augustus 2005 uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.
Type: sr
Tegen deze uitspraak kan beroep worden ingesteld door indiening van een beroepschrift bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch door verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze uitspraak is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van deze uitspraak; door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening van de uitspraak of nadat de uitspraak hun op andere wijze bekend is geworden.