ECLI:NL:RBROE:2005:BA1355
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P.C.G. Brants
- Rechtspraak.nl
Aanhouding beslissing uithuisplaatsing en vervangende toestemming medische behandeling minderjarige
De Stichting Bureau Jeugdzorg Limburg verzocht de kinderrechter om machtiging tot uithuisplaatsing en vervangende toestemming voor medische behandeling van een minderjarige met cognitieve beperkingen en gedragsproblemen. De ouders oefenden het gezag uit en stemden niet in met de uithuisplaatsing, wel met dagbehandeling.
Tijdens de mondelinge behandeling gaf de vertegenwoordiger van de stichting aan dat opname in een AWBZ-instelling noodzakelijk is vanwege de problematiek van de minderjarige. De kinderrechter achtte zich op dat moment onvoldoende voorgelicht over de noodzaak van de medische behandeling en vroeg nadere informatie over het ernstig gevaar voor de gezondheid zonder behandeling.
Gezien het nauwe verband tussen de uithuisplaatsing en de medische behandeling werd besloten de beslissing aan te houden totdat de stichting de gevraagde medische bescheiden aanlevert. De kinderrechter oordeelde dat opname noodzakelijk is in het belang van verzorging en opvoeding, conform artikel 1:261 lid 1 BW Pro.
De uitspraak werd gedaan door kinderrechter P.C.G. Brants op 24 augustus 2005 en is aanvechtbaar binnen drie maanden bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch.
Uitkomst: De kinderrechter houdt de beslissing aan in afwachting van nadere informatie over de medische noodzaak van de behandeling en het ernstig gevaar voor de gezondheid van de minderjarige.