ECLI:NL:RBROE:2006:AV1952
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid openbaar ministerie in ontnemingsvordering na transactieaanbod
De zaak betreft een verdachte die een transactieaanbod van EUR 2300,- kreeg voor hennepteelt en diefstal van elektriciteit, maar dit niet betaalde. Vervolgens werd hij gedagvaard en werd een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van EUR 112.720,- ingediend. De politierechter oordeelt dat het openbaar ministerie niet vrij stond om terug te komen op de eerdere beslissing geen ontnemingsvordering in te dienen, omdat het transactieaanbod duidelijk niet op ontneming zag en er geen nieuwe feiten waren die een dergelijke vordering rechtvaardigden.
De politierechter benadrukt dat volgens de beginselen van behoorlijke procesorde het OM niet ongestraft kan terugkomen op een eerdere beslissing zonder nieuwe omstandigheden. Het transactieaanbod had geen expliciete vermelding van een deel bestemd voor ontneming, wat volgens de toepasselijke aanwijzingen vereist is. Het niet betalen van het transactiebedrag vormt geen nieuw feit dat de ontnemingsvordering rechtvaardigt.
Daarom verklaart de politierechter het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in haar vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. De verdachte was reeds veroordeeld voor de feiten, maar de ontnemingsvordering kan niet worden toegewezen zonder een juiste procedurele grondslag.
Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.