ECLI:NL:RBROE:2006:AV3990
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- N.J.M. Ruyters
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken van dwang bij ontuchtige handelingen
De rechtbank Roermond behandelde een zaak waarin verdachte werd beschuldigd van het dwingen van het slachtoffer tot ontuchtige handelingen door middel van geweld of feitelijkheden. De tenlastelegging betrof het onverhoeds beetpakken en vastpakken van de borst(en) en/of rug van het slachtoffer, wat zou hebben geleid tot het dulden van ontuchtige handelingen.
Tijdens de terechtzitting bleek dat de dagvaarding geldig was en de politierechter bevoegd was om kennis te nemen van de zaak. De officier van justitie was ontvankelijk en er waren geen gronden voor schorsing van de vervolging. Uit de verklaring van het slachtoffer en de beoordeling van de feiten concludeerde de politierechter dat er geen sprake was van zodanige feitelijkheden die het slachtoffer dwongen tot het dulden van de ontuchtige handelingen. Het slachtoffer had geen duidelijke afwijzing gegeven en de situatie betrof twee gelijkwaardige personen.
De politierechter oordeelde dat het onverhoeds aanraken niet als dwang kon worden aangemerkt en sprak verdachte vrij van het ten laste gelegde feit. De vordering van de benadeelde partij tot vergoeding van immateriële schade werd niet-ontvankelijk verklaard omdat de grondslag van de vordering niet bewezen was. De rechtbank legde geen kosten aan verdachte op.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs van dwang bij ontuchtige handelingen.