ECLI:NL:RBROE:2006:AY0320
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R.M.L.M. Magnée
- Rechtspraak.nl
Beperkte uitleg testament en erfgenaamschap bij ex-partnerproblematiek
De zaak betreft een geschil over de erfgenaamschap van de nalatenschap van de heer B., die in 1992 een testament opmaakte ten behoeve van zijn toenmalige vriendin R., met wie hij samenwoonde. Na beëindiging van hun relatie trouwde B. met J., die zich nu beroept op artikel 4:52 BW Pro en stelt dat het testament vervallen is omdat zij de echtgenote was ten tijde van B.'s overlijden.
R. stelt dat zij de enige erfgename is op grond van het testament en dat de bepalingen van artikel 4:52 BW Pro niet van toepassing zijn omdat zij en B. niet gehuwd waren. Zij voert tevens aan dat het testament mede bedoeld was als compensatie voor haar emotionele en financiële bijdrage tijdens hun relatie.
De rechtbank overweegt dat artikel 4:52 BW Pro niet van toepassing is buiten huwelijk en trouwbeloften en dat het testament niet vervallen is. Bij uitleg van het testament moet rekening worden gehouden met de omstandigheden en de affectieve relatie ten tijde van het testament. De aanduiding 'mijn vriendin' duidt erop dat het testament alleen gold zolang de affectieve relatie bestond. Na beëindiging van de samenwoning en het huwelijk met J. was het niet de bedoeling dat R. zou erven.
De rechtbank verklaart voor recht dat J. de erfgename bij versterf is en wijst de vorderingen van R. af. R. wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank verklaart dat de echtgenote de erfgename bij versterf is en wijst de vorderingen van de ex-samenwoonster af.