ECLI:NL:RBROE:2006:AY9129

Rechtbank Roermond

Datum uitspraak
12 september 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
04/851025-05
Instantie
Rechtbank Roermond
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 29 SvArt. 242 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvrijwillige verklaring en onvoldoende bewijs in seksueel delict

De rechtbank Roermond behandelde een zaak waarin verdachte werd beschuldigd van een seksueel delict gepleegd tussen augustus 1995 en oktober 1996. De tenlastelegging betrof het dwingen van een minderjarig meisje tot seksuele handelingen onder bedreiging en geweld.

Tijdens het onderzoek stelde de verdediging dat de verklaring van verdachte, afgelegd op 30 november 2005, niet in vrijheid was gegeven. De rechtbank constateerde dat verdachte bij aanvang van het verhoor gespannen en emotioneel was, mede door het afgaan van het brandalarm in het cellencomplex en een traumatische jeugdervaring met brand, bevestigd door een psychiatrisch rapport. Desondanks werd het verhoor op indringende wijze voortgezet, wat de rechtbank onaanvaardbaar achtte.

Daarnaast bevatte het verhoor daderinformatie verstrekt door de verbalisanten, wat de betrouwbaarheid van de verklaring verder ondermijnde. De feiten die verdachte beschreef week volledig af van de omschrijving door de aangeefster. De rechtbank achtte het niet uitgesloten dat de aangeefster zich vergist had in de feitelijkheden.

Gezien deze omstandigheden oordeelde de rechtbank dat het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen kon worden en sprak verdachte vrij. De dagvaarding was geldig, de rechtbank bevoegd en de officier van justitie ontvankelijk, maar het bewijs ontbrak.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens het ontbreken van een in vrijheid afgelegde verklaring en onvoldoende bewijs voor het ten laste gelegde seksueel delict.

Uitspraak

RECHTBANK ROERMOND
Parketnummer : 04/851025-05
Uitspraak d.d. : 12 september 2006
TEGENSPRAAK
VONNIS van de rechtbank Roermond, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen:
naam : [verdachte]
voornamen : [voornamen]
geboren op : [geboortedatum] te [geboorteplaats]
adres : [straatnaam]
plaats : [woonplaats].
1. Het onderzoek van de zaak.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 29 augustus 2006.
2. De tenlastelegging.
De verdachte staat terecht ter zake dat:
1.
hij in of omstreeks de periode van 1 augustus 1995 tot en met 31 oktober 1996, in de gemeente Weert door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [meisje] heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het
lichaam van die [meisje], hebbende verdachte zijn, verdachtes, penis en/of vinger(s) gestoken althans gebracht in de vagina van die [meisje] en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte die [meisje] bij de kleding heeft vastgepakt en/of
de deur (van de paardestal) heeft dichtgeschoven althans gemaakt en/of de (rij)broek en/of onderbroek van die [meisje] naar beneden heeft getrokken en/of die [meisje] op de diepvries heeft geduwd en/of een schoen althans rijlaars van die [meisje] heeft uitgetrokken en (vervolgens) voornoemde broek(en) heeft uitgetrokken en/of de be(e)n(en) van die [meisje] uit elkaar heeft getrokken althans geduwd, en/of (aldus) voor die [meisje] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;
(artikel 242 Wetboek Pro van Strafrecht)
Voor zover in de tenlastelegging kennelijke schrijffouten of misslagen voorkomen, zijn die in deze weergave van de tenlastelegging door de rechtbank verbeterd. De verdachte is door deze verbetering, zoals uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, niet in de verdediging geschaad.
3. De geldigheid van de dagvaarding.
Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke eisen voldoet en dus geldig is.
4. De bevoegdheid van de rechtbank.
Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen.
5. De ontvankelijkheid van de officier van justitie.
Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. De officier van justitie kan dus in de vervolging worden ontvangen.
6. Schorsing der vervolging.
Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing der vervolging gebleken.
7. Bewezenverklaring.
De officier van justitie heeft ter terechtzitting van 29 augustus 2006 gevorderd dat het ten laste gelegde zal worden bewezen verklaard.
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het ten laste gelegde.
Door de verdediging is aangevoerd dat verdachtes verklaringen afgelegd bij de politie niet bruikbaar zijn aangezien van deze verklaringen niet gezegd kan worden dat deze in vrijheid in de zin van artikel 29 van Pro het Wetboek van Strafvordering zijn afgelegd.
De rechtbank overweegt daaromtrent het volgende.
De rechtbank is van oordeel dat met betrekking tot de door verdachte op 3 december 2005 afgelegde verklaring niet gezegd kan worden dat deze in vrijheid is afgelegd.
Uit het proces-verbaal van verhoor blijkt dat verdachte bij de aanvang van het verhoor gespannen is en emotioneel. Desondanks wordt het verhoor op indringende wijze voortgezet. Ter zitting is door de verdachte aangevoerd dat de spanning en emotie het gevolg was van het afgaan van het brandalarm in het cellencomplex en is aannemelijk geworden dat verdachte in zijn jeugd met brand een traumatische ervaring heeft opgelopen. Dit is ter terechtzitting geadstrueerd met een rapport van psychiater A.M.A. Groot. Het onder die omstandigheid op indringende wijze voortzetten van het verhoor dient naar het oordeel van de rechtbank tot bovengenoemde conclusie. Daar komt nog bij dat in het betreffende verhoor door de verbalisanten nogal wat daderinformatie wordt gegeven, hetgeen de betrouwbaarheid van de verklaring niet ten goede komt.
De verklaring die verdachte op 30 november 2005 heeft afgelegd kan niet bijdragen tot het bewijs dat verdachte het tenlastegelegde feit zou hebben begaan, nu de feitelijkheden die verdachte hierin beschrijft, volledig afwijken van de feitelijkheden die door de aangeefster zijn omschreven. De rechtbank is van oordeel dat het niet uit te sluiten is dat aangeefster zich bij het omschrijven van de feitelijkheden die tussen haar en verdachte zouden hebben plaatsgevonden vergist.
De rechtbank acht gelet op het vorenstaande niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte is ten laste gelegd.
BESLISSING
De rechtbank:
verklaart niet wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.
Vonnis gewezen door mrs. F. Oelmeijer, D.C.M. Bomans en K.A.J.C.M. van den Berg Jeths-van Meerwijk, rechters, van wie mr. F. Oelmeijer voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. P.C.M, Müller, als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 12 september 2006.