ECLI:NL:RBROE:2006:AY9824
Rechtbank Roermond
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Opeisbaarheid ontbindingsvergoeding en concurrentiebeding na ontslag op staande voet
In deze zaak staat centraal of de werknemer [T.] de ontbindingsvergoeding van €48.000 reeds kan opeisen of dat hij moet wachten op de bodemprocedure over het ontslag op staande voet. De kantonrechter had de arbeidsovereenkomst ontbonden zonder een voorwaarde te stellen aan de vergoeding, waardoor de rechtbank oordeelt dat de vergoeding onvoorwaardelijk en direct opeisbaar is. De werkgever Intrak vreesde een restitutierisico bij onterecht ontslag, maar de rechtbank gaf voorrang aan het belang van de werknemer om over de vergoeding te kunnen beschikken.
Daarnaast is het geschil over het concurrentiebeding aan de orde. Partijen waren overeengekomen dat [T.] zich twee jaar na beëindiging van de arbeidsovereenkomst binnen een straal van 60 km rond Weert niet in een concurrerende zaak mocht begeven. De rechtbank stelt dat de reikwijdte van het concurrentiebeding niet in kort geding kan worden beoordeeld en adviseert partijen tot redelijke afspraken.
De vorderingen van Intrak tot schorsing van de executie en opheffing van beslag worden afgewezen, evenals de vorderingen van [T.] in reconventie. De proceskosten worden gecompenseerd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De ontbindingsvergoeding is direct opeisbaar en de vorderingen tot schorsing van executie en concurrentiebeding worden afgewezen.