ECLI:NL:RBROE:2006:AZ2378
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T.M. Schelfhout
- L.M.J.A. barones van Hövell tot Westerflier-Dassen
- M.M.T. Coenegracht
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen verlening drank- en horecavergunning aan besloten vennootschap
De Stichting Gemeenschapshuis Middelaar kreeg in 2004 een drank- en horecavergunning met beperkende voorwaarden op grond van artikel 4 DHw Pro. In 2006 werd een BV opgericht, waarvan de Stichting enig aandeelhouder is, en aan deze BV werd een drank- en horecavergunning verleend zonder beperkende voorwaarden. Eiser, het Koninklijk Verbond van Ondernemers in de Horeca, stelde dat de BV een schijnconstructie was om artikel 4 DHw Pro te omzeilen en maakte bezwaar tegen de vergunningverlening.
De rechtbank oordeelde dat artikel 4 DHw Pro niet van toepassing is op besloten vennootschappen en dat de BV als reguliere besloten vennootschap aan dezelfde regels is onderworpen als andere ondernemingen. Er was geen bewijs van verkapte subsidiëring of oneerlijke concurrentie. Verweerder had geen weigeringsgronden en moest daarom de vergunning verlenen.
De rechtbank wees het beroep ongegrond en verwierp tevens het verzoek van de BV tot schadevergoeding, omdat dit alleen mogelijk is bij gegrondverklaring van het beroep. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank Roermond op 8 november 2006.
Uitkomst: Het beroep tegen de verlening van de drank- en horecavergunning aan de BV is ongegrond verklaard.