ECLI:NL:RBROE:2006:AZ5894
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P.C.G. Brants
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging uithuisplaatsing voor terugkerende korte perioden
De rechtbank Roermond behandelde het verzoek van Stichting Bureau Jeugdzorg Limburg tot machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige. De minderjarige was onder toezicht gesteld en woonde met veel hulp inmiddels thuis bij de moeder. Het verzoek betrof een partiële pleegzorgplaatsing waarbij de minderjarige éénmaal per maand een weekend en enkele dagen in de vakanties buiten huis zou verblijven ter ontlasting van de moeder.
De kinderrechter overwoog dat artikel 261 lid 1 BW Pro machtiging tot uithuisplaatsing toestaat indien dit noodzakelijk is voor de verzorging en opvoeding van de minderjarige. Echter is het systeem niet bedoeld voor tijdelijke, steeds terugkerende korte perioden waarbij de minderjarige verder thuis bij de ouders blijft wonen. In dergelijke gevallen is er geen sprake van een daadwerkelijke onttrekking aan de ouderlijke zorg.
De kinderrechter concludeerde dat een uithuisplaatsing niet het geëigende middel is voor de gevraagde situatie. Indien het belang van de minderjarige een terugkerend verblijf buiten het gezin vereist zonder instemming van de ouder, kan een aanwijzing op grond van artikel 258 BW Pro volstaan. Het verzoek tot machtiging uithuisplaatsing werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot machtiging uithuisplaatsing wordt afgewezen omdat het niet geschikt is voor terugkerende korte perioden.