ECLI:NL:RBROE:2007:AZ9592
Rechtbank Roermond
- Raadkamer
- D.C.M. Bomans
- N.J.M. Ruyters
- N.I.B.M. Buljevic
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid Koninklijke Marechaussee bij opsporing Opiumwet zonder taakverband
In deze strafzaak heeft de rechtbank Roermond geoordeeld over de bevoegdheid van militairen van de Koninklijke Marechaussee (KMar) bij de opsporing van strafbare feiten onder de Opiumwet die geen verband houden met hun taakuitoefening. De zaak betrof een beroep van de officier van justitie tegen de afwijzing van een vordering tot inbewaringstelling van de verdachte.
De rechtbank bevestigde dat de KMar ingevolge artikel 6, onder 4, van de Politiewet bevoegd is om op te treden bij een zogenaamde 'toevalstreffer', waarbij zij tijdens hun taakuitoefening een strafbaar feit ontdekken dat niet met hun taak verband houdt. In dat geval dienen zij de zaak echter zo spoedig mogelijk over te dragen aan de politie.
Hoewel de politie vanwege capaciteitsproblemen de zaak niet kon overnemen, oordeelde de rechtbank dat dit geen grondslag biedt voor de KMar om buiten hun bevoegdheid zelfstandig het opsporingsonderzoek voort te zetten. De bewijsmiddelen die op deze wijze zijn verkregen, zijn daarom onrechtmatig en kunnen niet als bewijs dienen. De rechtbank verklaarde het beroep van de officier van justitie ongegrond vanwege het ontbreken van ernstige bezwaren voor bewaring.
Uitkomst: Het beroep van de officier van justitie wordt ongegrond verklaard en de vordering tot inbewaringstelling afgewezen.