ECLI:NL:RBROE:2007:BB7258
Rechtbank Roermond
- Raadkamer
- A.J.M. Huisman
- N.J.M. Ruyters
- W.A.H.J. Poppeliers
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid officier van justitie in vordering tot bewaring na invrijheidstelling verdachte
De zaak betreft een hoger beroep van de officier van justitie tegen de niet-ontvankelijkverklaring van zijn vordering tot bewaring door de rechter-commissaris. Verdachte was aangehouden en in verzekering gesteld wegens een verkeersongeval onder invloed van alcohol, waarbij een inzittende levensgevaarlijk gewond raakte en later overleed. Na invrijheidstelling van verdachte werd alsnog bewaring gevorderd.
De rechtbank oordeelt dat de rechter-commissaris ten onrechte de officier van justitie niet-ontvankelijk heeft verklaard, omdat de artikelen waarop deze zich baseerde enkel zien op de voorgeleiding en niet op de fase van voorlopige hechtenis. De rechtbank vernietigt daarom de beschikking van de rechter-commissaris.
Echter, bij de belangenafweging tussen het belang van verdachte om niet opnieuw aan een vrijheidsbenemend dwangmiddel te worden onderworpen en het belang van de strafvorderlijke overheid, komt de rechtbank tot het oordeel dat de belangenafweging in het voordeel van verdachte uitvalt. De rechtbank verklaart de officier van justitie daarom niet-ontvankelijk in zijn vordering tot bewaring.
De rechtbank benadrukt dat het toepassen van twee verschillende dwangmiddelen voor hetzelfde feit in beginsel is toegestaan, maar dat een redelijke en billijke belangenafweging vereist is. In deze zaak is geen sprake van nieuwe bezwaren die de bewaring rechtvaardigen, mede omdat het slachtoffer reeds levensgevaarlijk gewond was bij de invrijheidstelling. De vordering tot bewaring wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: De officier van justitie wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn vordering tot bewaring van verdachte na invrijheidstelling.