ECLI:NL:RBROE:2007:BB9551
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P.C.G. Brants
- Rechtspraak.nl
Wijziging omgangsregeling met stopzetting contact gedurende ondertoezichtstelling
Stichting Bureau Jeugdzorg Limburg verzocht de kinderrechter om de omgangsregeling tussen moeder en de minderjarige volledig stop te zetten gedurende de ondertoezichtstelling. De ouders zijn gescheiden en beiden blijven belast met het ouderlijk gezag, waarbij de minderjarige zijn hoofdverblijf bij vader heeft. De omgangsregeling was eerder vastgesteld en begeleid vanwege problematiek.
De rechtbank oordeelt dat de stichting ontvankelijk is, ondanks dat artikel 1:263b BW formeel ziet op omgang met een niet-gezaghebbende ouder, omdat andere middelen om contact te beperken niet passend zijn. Materieel is vastgesteld dat omgang met moeder momenteel niet in het belang van het kind is, mede vanwege de onrust die moeder veroorzaakt en de belasting die dit voor het kind betekent.
De rechtbank wijst het verzoek toe voor een periode van zes maanden, waarna de oorspronkelijke regeling weer van kracht wordt tenzij de stichting een nieuw verzoek indient. De minderjarige wenst contact met moeder, mits haar gedrag verbetert. De beschikking is gegeven door kinderrechter Brants en kan binnen drie maanden worden aangevochten bij het gerechtshof.
Uitkomst: De omgang tussen moeder en minderjarige wordt gedurende zes maanden stopgezet in het belang van het kind.