ECLI:NL:RBROE:2007:BC2037
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Th.M. Schelfhout
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit dagloonberekening WW-uitkering voor werkzaamheden in Duitse detentie
Eiser heeft in Duitsland tijdens detentie werkzaamheden verricht waarvoor hij een symbolische vergoeding ontving en kort daarna in Nederland voor een uitzendbureau gewerkt. Verweerder heeft bij de berekening van het dagloon voor de WW-uitkering alleen het Duitse loon als uitgangspunt genomen. Eiser betwist dit en stelt dat de vergoeding die de penitentiaire inrichting ontving als basis had moeten dienen.
De rechtbank overweegt dat volgens artikel 68, eerste lid, van de EEG-Verordening 1408/71 bij kortere werkperiode in Nederland de uitkering berekend moet worden op basis van het loon dat in Nederland voor gelijkwaardige werkzaamheden wordt verdiend, mits die werkzaamheden in Nederland bestaan. De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende gegevens heeft verstrekt over de aard van het Duitse werk en vergelijkbaar werk in Nederland, waardoor het besluit onvoldoende feitelijke grondslag heeft.
Daarom wordt het bestreden besluit vernietigd en moet verweerder een nieuwe beslissing nemen. Tevens veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten en bepaalt zij volledige vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit over de dagloonberekening wordt vernietigd en verweerder moet een nieuwe beslissing nemen.