ECLI:NL:RBROE:2007:BC4004
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - meervoudig
- Th.M. Schelfhout
- V.P. van Deventer
- B.W.P.M. Corbey-Smits
- Rechtspraak.nl
Geen impliciete vrijstelling voor gebruik bedrijfswoning als burgerwoning bij handhavingsgeschil
De familie A gebruikte een woning die oorspronkelijk als bedrijfswoning was vergund, als burgerwoning, wat in strijd was met het bestemmingsplan. Verweerder legde een last onder dwangsom op om het gebruik als burgerwoning te beëindigen. Zowel de familie A als eiser D, een buurman met agrarisch bedrijf, maakten bezwaar en stelden beroep in tegen het handhavingsbesluit.
De rechtbank onderzocht of sprake was van een impliciete vrijstelling door de bouwvergunning uit 2001, maar concludeerde dat de vergunning expliciet was verleend voor een bedrijfswoning en dat geen aanwijzingen bestonden dat het gebruiksdoel was gewijzigd. Ook het beroep op bijzondere omstandigheden, zoals medische redenen en het gelijkheidsbeginsel, werd verworpen.
Verder oordeelde de rechtbank dat verweerder bevoegd was tot handhaving en dat de opgelegde dwangsommen en begunstigingstermijnen niet onredelijk waren. Het beroep van de familie A werd ongegrond verklaard, terwijl het beroep van eiser D deels niet-ontvankelijk en deels ongegrond werd verklaard. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan eiser D.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep van de familie A ongegrond en bevestigt de last onder dwangsom tegen het gebruik van de woning als burgerwoning.