ECLI:NL:RBROE:2008:BC8192
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P.C.G. Brants
- Rechtspraak.nl
Toewijzing eenhoofdig gezag aan moeder wegens verwaarlozing vader en psychische schade kind
De moeder verzocht bij de rechtbank Roermond om het gezamenlijk gezag over haar minderjarige kind te wijzigen in eenhoofdig gezag ten gunste van haarzelf. De ouders hadden gezamenlijk gezag, maar de vader had zich sinds het feitelijk uit elkaar gaan in 2004 niet meer betrokken bij de verzorging en opvoeding van het kind. Ondanks pogingen van de moeder en familie om omgang te regelen, kwam de vader zijn afspraken niet na en liet hij geen contact toe. Dit leidde tot aanzienlijke stress en onrust bij het kind, die negen maanden therapie bij Bureau Jeugdzorg nodig had.
De vader was niet verschenen bij de zittingen en had geen verweerschrift ingediend, waardoor zijn stellingen niet zijn gehoord. De raad voor de kinderbescherming adviseerde om het gezag te wijzigen in eenhoofdig gezag voor de moeder, omdat er geen contra-indicaties waren en het belang van het kind duidelijkheid en stabiliteit vereiste. De rechtbank stelde vast dat de vader zijn plicht en recht tot gezagsuitoefening verzaakt en dat het geestelijk welzijn van het kind hierdoor wordt geschaad.
Op grond van artikel 1:253n BW wijzigde de rechtbank het gezag en kende het eenhoofdig toe aan de moeder. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de mogelijkheid tot beroep werd aan partijen en belanghebbenden gegeven.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot eenhoofdig gezag toe en kent het gezag toe aan de moeder.