ECLI:NL:RBROE:2008:BC9696

Rechtbank Roermond

Datum uitspraak
16 april 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
86121 / JE RK 08-457
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • P.C.G. Brants
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:264 BWArt. 3 Verdrag inzake de rechten van het kind
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming kinderrechter voor medische behandeling minderjarige bij afwezigheid gezaghebbende ouder

De stichting Bureau Jeugdzorg verzocht de kinderrechter om vervangende toestemming voor een medische behandeling van een minderjarige, namelijk het plaatsen van buisjes in de oren. De moeder, die het ouderlijk gezag uitoefent, was niet verschenen op een afspraak om haar toestemming te geven en was met onbekende bestemming vertrokken. De minderjarige is onder toezicht gesteld en geplaatst in een pleeggezin.

Op grond van artikel 1:264 BW Pro kan de kinderrechter toestemming verlenen als een medische behandeling noodzakelijk is om ernstig gevaar voor de gezondheid van een minderjarige te voorkomen en de gezaghebbende ouder weigert toestemming te geven. De kinderrechter oordeelde dat de behandeling noodzakelijk was en dat het belang van de minderjarige zwaarder woog dan het beginsel van hoor en wederhoor.

De kinderrechter verleende daarom de vervangende toestemming en verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Tegen deze uitspraak kan binnen drie maanden beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.

Uitkomst: De kinderrechter verleent vervangende toestemming voor het plaatsen van buisjes in de oren van de minderjarige en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Uitspraak

RECHTBANK ROERMOND
Sector civielrecht
Zaak-/rolnummer: 86121 / JE RK 08-457
Beschikking van 16 april 2008 betreffende vervangende toestemming voor medische behandeling
in de zaak van
[betrokkene], geboren te [geboorteplaats], op [geboortedatum], hierna te noemen de minderjarige.
De kinderrechter merkt naast de minderjarige en verzoeker als belanghebbenden aan:
- [belanghebbende],
zonder bekende woon- of verblijfplaats,
- [belanghebbende],
thans verblijvende in de P.I. Vught.
Het ouderlijk gezag wordt uitgeoefend door de moeder, [belanghebbende].
1. Het verloop van de procedure
1.1. De stichting Bureau Jeugdzorg Limburg heeft de kinderrechter bij verzoekschrift van 15 april 2008 verzocht tot het verlenen van vervangende toestemming voor een medische behandeling voor voornoemde minderjarige nu de moeder met onbekende bestemming is vertrokken.
2. De vaststellingen en overwegingen
2.1. De minderjarige is ondertoezicht gesteld van de stichting en met een machtiging uithuisplaatsing geplaatst in een perspectiefbiedend pleeggezin.
2.2. De vervangende toestemming medische behandeling wordt gevraagd voor het
plaatsen van buisjes in de oren van de minderjarige. De minderjarige heeft veel last van haar oren en hoort niet meer optimaal.
Op 1 april 2008 ontvangt de stichting een toestemmingsverklaring van het St. Laurentiusziekenhuis te Roermond welke door de gezaghebbende ouder moet worden ondertekend. De medische ingreep staat ingepland voor 17 april 2008.
2.3. Moeder, de met gezag belaste ouder, is ondanks haar toezegging daartoe niet verschenen op de afspraak met de gezinsvoogdes om haar toestemming te geven voor de medische behandeling. Nadien is het de gezinsvoogdes niet meer gelukt om telefonisch en per brief met moeder in contact te komen. Moeder is met onbekende bestemming vertrokken van het laatst bij de stichting bekende adres.
2.4. Het verzoek van de stichting tot verlening van vervangende toestemming medische
behandeling is gebaseerd op artikel 1:264 van Pro het Burgerlijk wetboek. Dit artikel bepaalt dat indien een medische behandeling van een minderjarige jonger dan twaalf jaren noodzakelijk is om ernstig gevaar voor diens gezondheid te voorkomen en de ouder die het gezag heeft zijn toestemming daarvoor weigert, deze toestemming op verzoek van de stichting kan worden vervangen door die van de kinderrechter.
2.5. Op grond van de verkregen informatie van de stichting is de kinderrechter van
oordeel dat de medische behandeling van de minderjarige noodzakelijk is om ernstig gevaar voor diens gezondheid te voorkomen. Het beginsel van hoor en wederhoor dient voor dit belang te wijken. Dat bij een maatregel het belang van de minderjarige een eerste overweging vormt is verankerd in artikel 3 van Pro het Verdrag inzake de rechten van het kind.
Het belang van de minderjarige is niet gediend met langer uitstel.
Het verzoek is derhalve voor toewijzing vatbaar.
3. De beslissing
De kinderrechter
3.1. verleent toestemming voor de verzocht medische behandeling betreffende [betrokkene], geboren te [geboorteplaats], op [geboortedatum];
3.2. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven door mr. P.C.G. Brants, kinderrechter, en ter openbare terechtzitting van 16 april 2008 uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.
Tegen deze uitspraak kan beroep worden ingesteld door indiening van een beroepschrift bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch door verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze uitspraak is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van deze uitspraak; door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening van de uitspraak of nadat de uitspraak hun op andere wijze bekend is geworden.