ECLI:NL:RBROE:2008:BD0687
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P.C.G. Brants
- Rechtspraak.nl
Wijziging hoofdverblijfplaats en omgangsregeling minderjarige na verhuizing moeder
De ouders van de minderjarige zijn in november 2007 een overeenkomst overeengekomen over het verblijf en de omgangsregeling van hun kind. Na het beëindigen van hun relatie is moeder verhuisd naar een andere gemeente, waarbij de minderjarige bij haar is gaan wonen. Vader verzocht de rechtbank om wijziging van de hoofdverblijfplaats naar hem toe vanwege de verhuizing van moeder, terwijl moeder betoogde dat zij altijd de verzorgende ouder is geweest en dat de verhuizing in het belang van het kind is.
De rechtbank stelde vast dat moeder tot het einde van de relatie de verzorgende ouder was en dat er geen sprake was van een gelijkwaardige verdeling van zorgtaken na het uit elkaar gaan. Hoewel de verhuizing het kind onttrekt aan zijn vertrouwde omgeving en familie, weegt dit niet op tegen het belang van het kind om bij de verzorgende ouder te blijven, mede gezien zijn leeftijd en aanpassingsvermogen.
De rechtbank wees het verzoek van vader tot wijziging van de hoofdverblijfplaats af, maar wijzigde de omgangsregeling. De omgang tussen vader en het kind wordt vastgesteld op een weekend per veertien dagen en de helft van de vakanties en feestdagen, met overdracht in de gemeente waar moeder woont. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en er is beroep mogelijk binnen drie maanden.
Uitkomst: De hoofdverblijfplaats van de minderjarige blijft bij moeder; omgangsregeling met vader wordt gewijzigd en vastgesteld.