ECLI:NL:RBROE:2008:BD0701
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging hoofdverblijfplaats vader en handhaving omgangsregeling minderjarige
De minderjarige staat bij vader ingeschreven en verblijft om de week bij vader en moeder. Moeder verzocht de rechtbank om de hoofdverblijfplaats bij haar vast te stellen en subsidiair om een omgangsregeling van één weekend per veertien dagen indien de hoofdverblijfplaats bij vader blijft.
De raad voor de kinderbescherming adviseerde de huidige situatie niet te wijzigen en stelde vast dat het belang van het kind het best gediend is met de hoofdverblijfplaats bij vader en de omgangsregeling zoals die nu geldt. De rechtbank overwoog dat het kind de huidige regeling als duidelijk en prettig ervaart en niet op de hoogte is van conflicten tussen de ouders.
De zorgen van beide ouders werden niet bevestigd door derden en de communicatieproblemen tussen ouders vormden geen belemmering voor het welzijn van het kind. De rechtbank verwierp het subsidiaire verzoek van moeder omdat een beperking van de omgang schadelijk zou zijn voor het geestelijk welzijn van het kind en in strijd is met de opvoedingsverplichting uit artikel 1:247 BW Pro.
De rechtbank stelde vast dat de hoofdverblijfplaats bij vader blijft en de omgangsregeling ongewijzigd van kracht blijft. De proceskosten werden ieder voor eigen rekening genomen. Tegen deze uitspraak staat beroep open bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.
Uitkomst: De hoofdverblijfplaats van de minderjarige blijft bij vader en de omgangsregeling wordt ongewijzigd gehandhaafd.