ECLI:NL:RBROE:2008:BD4822
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P.C.G. Brants
- Rechtspraak.nl
Beperkte nakoming omgangsregeling vader-kind bij verstoring communicatie
Partijen zijn uit een affectieve relatie en hebben gezamenlijk gezag over hun minderjarige dochter. Na het uiteengaan in januari 2007 verbleef het kind bij de moeder. Er was een mondelinge omgangsregeling overeengekomen die later schriftelijk werd vastgelegd. De vader vordert een omgangsregeling waarbij hij regelmatig omgang met zijn dochter kan hebben, terwijl de moeder zich zorgen maakt over de omgang vanwege het gedrag van de vader en de negatieve effecten op het kind.
De moeder stelt dat de omgangsregeling niet goed verliep, dat de vader onvoldoende verantwoordelijkheid neemt en dat het kind onrustig en onhandelbaar terugkeerde van de omgang. Na een incident waarbij de vader agressief werd en de moeder bedreigde, weigert zij verdere omgang toe te staan. De vader is bereid om met de moeder oudergesprekken te voeren via Bureau Jeugdzorg om de communicatie te verbeteren.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het belang van het kind bij contact met de vader zwaarder weegt dan de bezwaren van de moeder, mede vanwege de leeftijd van het kind en het belang van continuïteit in oudercontact. Er zijn geen contra-indicaties gebleken die omgang in de weg staan. De omgang wordt daarom beperkt en geleidelijk hervat zonder overnachting, met overdracht bij de moeder van de vader en aanwezigheid van de vader bij overdracht.
De moeder wordt veroordeeld tot nakoming van deze omgangsregeling, met een dwangsom bij niet-nakoming. De kosten van de procedure worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Een uitgebreidere omgangsregeling dient in een bodemprocedure te worden onderzocht.
Uitkomst: De moeder wordt veroordeeld tot nakoming van een beperkte omgangsregeling waarbij de vader vanaf 21 juni 2008 elke zaterdag omgang met het kind heeft, met een dwangsom bij niet-nakoming.