ECLI:NL:RBROE:2008:BD5430

Rechtbank Roermond

Datum uitspraak
21 mei 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
84801 / HA ZA 08 - 132
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:11 BW
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling bevoegdheid rechtbank bij geschil over woonstede en dagvaarding

In deze civiele zaak vordert eiser dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart omdat hij stelt dat zijn woonplaats zich in Duitsland bevindt en niet in Nederland, waardoor de rechtbank Rotterdam bevoegd zou zijn in plaats van Roermond. Eiser baseert dit op een e-mail waarin hij zijn verhuizing naar Duitsland meldt en het feit dat hij niet is uitgeschreven uit de Nederlandse gemeentelijke basisadministratie.

De rechtbank oordeelt dat uit de e-mail niet onmiskenbaar blijkt dat eiser zijn woonstede heeft prijsgegeven zoals bedoeld in artikel 1:11 lid 1 BW Pro. Bovendien is eiser niet uitgeschreven uit de Nederlandse basisadministratie, zodat de veronderstelling blijft dat zijn woonstede nog in Nederland is. Het feit dat eiser in Duitsland werkt, sluit het hebben van een woonstede in Nederland niet uit.

Daarom is de rechtbank Roermond bevoegd over het geschil te oordelen. De vordering tot onbevoegdverklaring en ontheffing van het verstekvonnis wordt afgewezen. Eiser wordt veroordeeld in de kosten van het incident.

Uitkomst: De rechtbank verklaart zich bevoegd en wijst de vordering tot onbevoegdverklaring en ontheffing van het verstekvonnis af.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANK ROERMOND
Sector civielrecht
zaaknummer / rolnummer: 84801 / HA ZA 08-132
Vonnis in incident van 21 mei 2008
in de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats A] (Duitsland),
opposant in de hoofdzaak
eiser in het incident,
procureur mr. O.J.H.M. van Eijndhoven,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
IFN FINANCE B.V.,
gevestigd te Rotterdam,
geopposeerde in de hoofdzaak,
verweerster in het incident,
procureur mr. H.J.J.M. van der Bruggen.
Partijen zullen hierna [eiser] en IFN genoemd worden.
1. De procedure
1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het exploot van verzetdagvaarding d.d. 15 februari 2008 tevens houdende een incidentele vordering tot onbevoegdverklaring,
- de incidentele conclusie van antwoord.
1.2. Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.
2. De beoordeling in het incident
2.1. [eiser] vordert dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart en bepaalt dat [eiser] zal worden ontheven van de veroordeling tegen hem uitgesproken bij verstekvonnis door de rechtbank Roermond op 19 december 2007 met zaaknummer 83367 / HA ZA 07-952. IFN voert verweer.
2.2. [eiser] stelt dat zijn woonplaats zich te [woonplaats A] (Duitsland) bevindt en niet te [woonplaats B], gemeente [plaatsnaam] (Limburg). IFN had [eiser] daarom dienen te dagvaarden te [woonplaats A] (Duitsland) in plaats van te [woonplaats B]. Aangezien hij aldus - naar eigen zeggen - geen bekende woon- en verblijfplaats in Nederland heeft en IFN gevestigd is te Rotterdam, is de rechtbank Rotterdam bevoegd om over het geschil in de hoofdzaak te oordelen en niet de rechtbank Roermond.
2.3. Nu [eiser] heeft gesteld dat hij IFN op 21 juli 2007 per e-mail heeft bericht dat hij verhuisd is, houdt de rechtbank het ervoor dat [eiser] in ieder geval tot 21 juli 2007 zijn woonstede (en daarmee zijn woonplaats) in [woonplaats B] heeft gehad. De vraag die dan rijst is of [eiser] zijn woonstede heeft prijsgegeven.
2.4. Lid 1 van artikel 1:11 BW Pro bepaalt dat een natuurlijk persoon zijn woonstede verliest door daden, waaruit zijn wil blijkt om haar prijs te geven en lid 2 bepaalt dat iemand wordt vermoed zijn woonstede te hebben verplaatst, wanneer hij daarvan op de wettelijk voorgeschreven wijze aan de betrokken gemeentebesturen kennis heeft gegeven.
2.5. In voormelde e-mail van 21 juli 2007 heeft [eiser] aan IFN bericht: “Deze brief zal wegens omstandigheden niet aankomen, mijn nieuwe adres is [adres] te D-[postcode] [woonplaats A]”. De rechtbank deelt het standpunt van IFN dat uit deze e-mail niet onmiskenbaar volgt dat [eiser] zijn woonstede heeft willen prijsgeven. Voorts zijn door [eiser] geen nadere aanknopingspunten aangedragen waaruit zulks wel blijkt. [eiser] heeft zich daarnaast niet laten uitschrijven uit de gemeentelijke basisadministratie van de gemeente [plaatsnaam], zodat IFN op grond daarvan ook niet kon vermoeden dat [eiser] zijn woonstede had verplaatst naar [woonplaats A]. Derhalve kon naar het oordeel van de rechtbank IFN [woonplaats B] als woonstede van [eiser] aanmerken ten tijde van het uitbrengen van haar inleidende dagvaarding d.d. 19 december 2007. De stelling van [eiser] dat hij werkzaam is in Duitsland doet hieraan niet af. Immers, het werkzaam zijn in Duitsland sluit niet uit dat men hier ten lande zijn woonstede heeft, zoals bijvoorbeeld te [woonplaats B] (nabij de Duitse grens gelegen).
2.6. Nu [eiser] geacht wordt (ook) zijn woonstede te hebben (gehad) te [woonplaats B] ten tijde van uitbrengen van de inleidende dagvaarding is de rechtbank bevoegd over het geschil in de hoofdzaak te oordelen. De incidentele vordering van [eiser] wordt dan ook afgewezen.
2.7. De rechtbank wijst de vordering van [eiser] strekkende tot ontheffing van de veroordeling tegen hem uitgesproken bij verstekvonnis van 19 december 2007 eveneens af, omdat de beoordeling daarvan -voorzover nodig- in de hoofdzaak plaatsvindt en niet reeds bij de beoordeling van onderhavig incident.
2.8. [eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het incident worden veroordeeld.
3. De beslissing
De rechtbank
in het incident
3.1. wijst het gevorderde af,
3.2. veroordeelt [eiser] in de kosten van het incident, aan de zijde van IFN tot op heden begroot op EUR 452,- ,
in de hoofdzaak
3.3. bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 2 juli 2008 voor conclusie van antwoord in oppositie zijdens IFN.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.T.J.F. Verhappen en in het openbaar uitgesproken op 21 mei 2008.?