ECLI:NL:RBROE:2008:BD5659
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P.C.G. Brants
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek vader tot uitoefening ouderlijk gezag over pleegkind
De rechtbank Roermond behandelde het verzoek van vader om belast te worden met het ouderlijk gezag over zijn bijna vierjarige kind, dat sinds het eerste levensjaar in een pleeggezin verblijft. Vader kon het kind destijds niet erkennen vanwege zijn verblijfsstatus, maar het vaderschap is later gerechtelijk vastgesteld. Moeder is ontheven van het gezag en is teruggekeerd naar haar land van herkomst.
De Stichting Bureau Jeugdzorg Limburg, belast met de voogdij, en de pleegouders stelden dat het kind zich goed ontwikkelt in het pleeggezin en daar een veilig en perspectief biedend gezinsleven heeft. Hoewel vader een belangrijke rol in het leven van het kind heeft en omgang plaatsvindt, bestaat er twijfel over zijn opvoedingsvisie, die sterk door culturele en religieuze achtergrond wordt bepaald en niet overeenkomt met die van het pleeggezin.
De rechtbank hechtte zwaar aan het belang van het kind bij continuïteit van de opvoedingssituatie en een ongestoord hechtingsproces. Het verzoek van vader werd afgewezen omdat een gezagswijziging onrust kan veroorzaken en het belang van het kind bij stabiliteit zwaarder weegt dan het recht van vader op gezag. De beslissing is genomen met inachtneming van artikel 8 EVRM Pro en het Verdrag inzake de rechten van het kind.
Uitkomst: Het verzoek van vader om belast te worden met het ouderlijk gezag over het kind wordt afgewezen vanwege het belang van het kind bij continuïteit en stabiliteit in het pleeggezin.