ECLI:NL:RBROE:2008:BD6154

Rechtbank Roermond

Datum uitspraak
1 juli 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
201974 \ CV EXPL 07-3811
Instantie
Rechtbank Roermond
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:406 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geschil over toepasselijkheid no cure no pay afspraak en verschotten bij letselschadeovereenkomst

Witlox Juristen B.V. heeft een letselschadeovereenkomst gesloten met [R] waarbij zij de zaak van [R] zou behandelen op basis van een no cure no pay afspraak. Witlox stelt dat de verschotten niet onder deze afspraak vallen, omdat dit bij brief van 17 mei 2004 aan [R] is meegedeeld. [R] betwist deze brief te hebben ontvangen en stelt dat de verschotten wel onder de no cure no pay regeling vallen.

De kantonrechter stelt vast dat de brief waarop Witlox zich beroept niet aannemelijk is ontvangen door [R], omdat het letselschadeformulier en de machtiging die zij wel heeft ondertekend geen verwijzing naar deze brief bevatten. Bovendien is het algemeen bekend dat het honorarium van letselschadespecialisten bij erkende aansprakelijkheid door de verzekering wordt vergoed, waardoor [R] mocht aannemen dat bij geen uitkering ook geen vergoeding verschuldigd was.

Witlox vordert betaling van verschotten op grond van artikel 7:406 lid 1 BW Pro, maar de kantonrechter oordeelt dat [R] redelijkerwijs mocht begrijpen dat alle kosten in het honorarium waren begrepen. De opdracht is voortijdig en met instemming van Witlox beëindigd, zodat geen reden bestaat om af te wijken van de overeenkomst.

De vordering van Witlox wordt afgewezen en Witlox wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De vordering van Witlox tot betaling van verschotten wordt afgewezen en Witlox wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK ROERMOND
Sector kanton
Zaaknummer: 201974 \ CV EXPL 07-3811
Vonnis van de kantonrechter te Roermond d.d. 1 juli 2008
in de zaak van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Witlox Juristen sinds 1915 B.V., gevestigd te 's-Hertogenbosch,
eiseres in conventie, gedaagde in reconventie,
gemachtigde: De heer N.A. Hofman,
tegen
[R], wonende te [adres],
gedaagde in conventie, eiseres in reconventie,
gemachtigde: mr. E.J. Huijskens,
toevoeging verleend d.d. 18 oktober 2007 nr 1DZ4196.
Partijen zullen hierna Witlox en [R] worden genoemd.
1. Het verloop van de procedure
1.1. Dit blijkt uit het navolgende:
- de inleidende dagvaarding met producties;
- de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie met producties;
- de conclusie van repliek tevens antwoord in reconventie met producties;
- de conclusie van dupliek tevens repliek in reconventie met producties;
- de akte depot van [R];
- de conclusie van dupliek in reconventie.
1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De vaststaande feiten
2.1. Als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, kan van de volgende vaststaande feiten worden uitgegaan:
2.2. [R] heeft op 21 mei 2004 een schriftelijke verklaring ondertekend op grond waarvan zij aan Witlox machtiging verleent tot het ondernemen van activiteiten in het kader van de door [R] aan Witlox in behandeling gegeven letselschadezaak.
2.3. Deze machtiging luidt als volgt:
De ondergetekende, hierna te noemen “opdrachtgever”, machtigt hierbij mr R.J.J.M. Witlox, letselschadespecialist te ’s-Hertogenbosch, hierna te noemen “ opdrachtnemer”, in het kader van de door hem/haar aan opdrachtnemer in behandeling gegeven letselschadezaak tot het navolgende:
1. Het opvragen van alle (medische) informatie welke opdrachtnemer nodig vindt voor een adequate behandeling van de zaak.
2. Het voeren van onderhandelingen met de (aansprakelijke) wederpartij over de hoogte van de schadevergoeding en de afwikkeling van de zaak.
3. Het desnoods opstarten van een gerechtelijke procedure ter verkrijging van erkenning van aansprakelijkheid en/of betaling van schadevergoeding, indien in der minne daarover geen overeenstemming met de wederpartij valt te bereiken.
4. Het op de derdenrekening van opdrachtnemer ontvangen, doorbetalen en zonodig verrekenen, van aan opdrachtgever toekomende schadeuitkeringen.
5. Het aan opdrachtgever in rekening mogen brengen van een honorarium* berekend over de totale schadeuitkering, met een maximum volgens de navolgende staffel:
- 25% over de eerste vijfentwintigduizend euro;
- 20 % over het meerdere tot vijftigduizend euro;
- 15% over het meerdere boven vijftigduizend euro.
* te vermeerderen met de door opdrachtnemer verschuldigde omzetbelasting.
Aldus in tweevoud opgemaakt en ondertekend te ([woonplaats]) op 21-05-2004
Opdrachtgever
(handtekening)
3. Het geschil in conventie en in reconventie
3.1. Witlox heeft op gronden als omschreven in de dagvaarding gevorderd, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van [R] tot betaling aan Witlox van de bedragen en rente als in de dagvaarding vermeld, kosten rechtens.
[R] heeft verweer gevoerd en vordert in voorwaardelijke reconventie primair te bepalen dat de tussen partijen gesloten overeenkomst nietig is, subsidiair vernietiging van de overeenkomst wegens dwaling dan wel misbruik van omstandigheden en meer subsidiair de overeenkomst te ontbinden wegens toerekenbare tekortkoming cq. wanprestatie.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
4. De beoordeling van het geschil in conventie en in voorwaardelijke reconventie
in conventie
4.1. Witlox stelt dat partijen op 21 mei 2004 een overeenkomst zijn aangegaan waarbij [R] aan Witlox opdracht heeft verstrekt tot het in behandeling nemen van een letselschadezaak in verband met door [R] overkomen letselschade. Witlox stelt dat de in de brief van 17 mei 2004 vermelde voorwaarden dat de verschotten niet zijn begrepen in de “no cure no pay” afspraak deel uitmaken van de tussen partijen gesloten overeenkomst. Witlox bestrijdt de stelling van [R] dat zij de betreffende brief niet heeft ontvangen. Volgens Witlox was het door [R] geretourneerde letselschadeformulier en de machtiging als bijlage gevoegd bij de betreffende brief van 17 mei 2004. Voorts benadrukt Witlox dat uit de machtiging blijkt dat slechts het honorarium onder de “no cure no pay”afspraak valt. De kosten, die niet onder het begrip honorarium vallen, vallen volgens Witlox niet onder de “no cure no pay”overeenkomst. Tenslotte betwist Witlox uitdrukkelijk dat hij [R] niet zorgvuldig zou hebben ingelicht en dat hij als opdrachtnemer niet zou hebben gehandeld zoals een redelijk en bekwaam beroepsgenoot dit behoort te doen.
4.2. [R] stelt zich op het standpunt dat zij op basis van “no cure no pay”op 21 mei 2004 Witlox heeft gemachtigd haar zaak te behandelen. [R] stelt dat Witlox heeft toegezegd dat geen enkele vergoeding hoefde te worden betaald voor de werkzaamheden van Witlox. Echter indien [R] een letselschade-uitkering zou ontvangen, zou hier een fiks tarief over berekend worden. Dit is volgens [R] ook zo vastgelegd in de machtiging. De zaak loopt niet voorspoedig en [R] hoort maandenlang niets van Witlox, waarop [R] na verkregen toestemming van Witlox haar zaak over laat nemen door de Pals Groep in Maastricht. [R] stelt de bewuste brief van 17 mei 2004 waarop Witlox zich beroept, nooit te hebben ontvangen. [R] is van mening dat zij niets verschuldigd is aan Witlox.
4.3. Partijen verschillen van mening over de inhoud van de tussen partijen gesloten overeenkomst, met name of de in de brief van 17 mei 2004 voorkomende voorwaarden deel uitmaken van de tussen partijen gesloten overeenkomst. [R] betwist uitdrukkelijk de betreffende brief te hebben ontvangen. Witlox stelt dat [R], nu zij het letselschadeformulier en de machtiging heeft ontvangen, ook de bewuste brief van 17 mei 2004 moet hebben ontvangen. Deze brief was immers als begeleidend schrijven bij voornoemde stukken gevoegd.
4.4. De kantonrechter stelt vast dat de stelling van Witlox weliswaar logisch voorkomt, doch dat hiervoor geen enkel bewijsstuk wordt bijgebracht. De stelling van [R] dat de betreffende enveloppe slechts het letselschade formulier en het machtigingsformulier inhield is daarmede voldoende aannemelijk. Dit klemt te meer nu in de betreffende machtiging met geen enkel woord wordt gerept over verschotten, noch wordt verwezen naar nadere voorwaarden in een bijgevoegde brief. Voorts neemt de kantonrechter bij deze beoordeling in zijn overweging mee dat het algemeen bekend is dat het honorarium van letselschadespecialisten, indien de aansprakelijkheid door de verzekering wordt erkend, volledig door de verzekering wordt vergoed. [R] mocht – zeker gelet op de hoogte van het bedongen honorarium bij verkrijging van een uitkering - er redelijkerwijs van uit gaan dat zij bij geen uitkering ook geen vergoeding aan Witlox verschuldigd was.
4.5. Witlox beroept zich vervolgens op vergoeding van de door hem gemaakte kosten op basis van 7:406 lid 1 BW. Ook hieraan zal de kantonrechter voorbij gaan. Uit de tekst van de machtiging mocht [R] redelijkerwijze begrijpen dat ook alle kosten in het loon van Witlox waren begrepen. [R] heeft weliswaar voortijdig de opdracht ingetrokken doch stelt dat dit met instemming van Witlox is geschied, hetgeen niet door Witlox wordt weersproken. Nu [R] de overeenkomst met instemming van Witlox voortijdig heeft beëindigd is er geen reden ten aanzien van de kostenvergoeding af te wijken van de tussen partijen gesloten overeenkomst.
4.6. Op grond van het vorenstaande is de kantonrechter van oordeel dat de vordering van Witlox dient te worden afgewezen. Witlox zal als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure.
4.7. De kantonrechter zal dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaren.
in voorwaardelijke reconventie
4.8. Nu de vordering van Witlox wordt afgewezen behoeft de voorwaardelijke vordering in reconventie geen verdere bespreking meer.
5. De beslissing
5.1. Wijst de vordering van Witlox af.
5.2. Veroordeelt Witlox in de kosten van de procedure aan de zijde van [R] gevallen en aan die zijde tot op heden begroot op EUR 350,00 wegens salaris van de gemachtigde van [R].
5.3. Veroordeelt Witlox vorenstaande kostenveroordeling te voldoen aan de griffier van de rechtbank Roermond (bankrekening 19.23.25.884 t.n.v. Arrondissement 544 Roermond).
5.4. Verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.P.F. van Dooren, kantonrechter, en ter openbare civiele terechtzitting op 1 juli 2008 uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.