ECLI:NL:RBROE:2008:BD6847
Rechtbank Roermond
- Kort geding
- P.C.G. Brants
- Rechtspraak.nl
Verklaring van toestemming voor reisdocument voor minderjarige in pleeggezin
De minderjarige is met een machtiging van de kinderrechter uit huis geplaatst in een pleeggezin waar ook haar broer en zus verblijven. Het pleeggezin wil vijf weken op vakantie naar Spanje en wenst de minderjarige mee te nemen. De moeder, die het ouderlijk gezag uitoefent, weigert echter toestemming te verlenen voor het verkrijgen van een reisdocument.
De kinderrechter heeft de uithuisplaatsing noodzakelijk geoordeeld in het belang van de minderjarige, omdat de ouders onvoldoende in staat zijn haar belangen te waarborgen. De stichting, die de minderjarige onder haar hoede heeft, vordert dat de moeder medewerking verleent aan het verkrijgen van het reisdocument, al dan niet via vervangende toestemming van de voorzieningenrechter.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het in het belang van de minderjarige is dat haar verblijf in het pleeggezin wordt voortgezet zonder onderbreking door de vakantieperiode. Gezien het belang van hechting en het feit dat thuisplaatsing op korte termijn niet aan de orde is, wordt de verklaring van toestemming tot afgifte van het reisdocument verleend. De moeder weigert medewerking, maar de rechter ziet geen aanleiding om de geldigheid van het reisdocument te beperken. De kosten van de procedure worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De voorzieningenrechter verleent vervangende toestemming voor afgifte van een reisdocument ten behoeve van de minderjarige.