ECLI:NL:RBROE:2008:BG1558
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P.C.G. Brants
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek machtiging uithuisplaatsing minderjarige wegens onvoldoende inzet ambulante hulp
De Stichting Bureau Jeugdzorg Limburg verzocht de rechtbank om een machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, in het kader van een ondertoezichtstelling. De stichting had de kinderen tijdelijk bij de vader geplaatst vanwege zorgen over de thuissituatie bij de moeder. De rechtbank stelde vast dat de hoofdverblijfplaats volgens een eerdere uitspraak onvoorwaardelijk bij de moeder lag en dat de situatie bij haar niet was gewijzigd.
Tijdens de zitting werd duidelijk dat de stichting niet alle mogelijkheden, zoals ambulante hulp in de thuissituatie, had uitgeput. Moeder ontkende onwil en gaf aan bereid te zijn samen te werken met hulpverleners. De kinderrechter concludeerde dat de moeder onvoldoende duidelijk was gemaakt welke eisen zij moest voldoen om een uithuisplaatsing te voorkomen.
Gezien deze omstandigheden en het feit dat de zorgen over de minderjarige niet zodanig ernstig waren, oordeelde de rechtbank dat het uiterste middel van uithuisplaatsing niet gerechtvaardigd was. Het verzoek van de stichting werd dan ook afgewezen. De uitspraak werd gedaan door kinderrechter P.C.G. Brants op 22 oktober 2008.
Uitkomst: Het verzoek tot machtiging uithuisplaatsing wordt afgewezen omdat ambulante hulp niet volledig is ingezet en moeder niet onwelwillend is.