ECLI:NL:RBROE:2008:BG2150
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.P.C. Dijkshoorn-Sleebe
- P.C.G. Brants
- R.H.A.M. Beaumont
- Rechtspraak.nl
Toewijzing omgangsverzoek moeder met ondertoezichtgesteld en uithuisgeplaatst kind
Moeder heeft bij de rechtbank een verzoek ingediend tot vaststelling van een omgangsregeling met haar ondertoezichtgestelde en uithuisgeplaatste kind. Het kind verblijft sinds mei 2007 bij een instelling en de omgang tussen moeder en kind was stopgezet na een schriftelijke aanwijzing van Bureau Jeugdzorg, die later door de rechtbank werd vernietigd wegens onvoldoende motivering.
Tijdens de zitting waren naast moeder en vader ook vertegenwoordigers van Bureau Jeugdzorg en de Raad voor de Kinderbescherming aanwezig. Bureau Jeugdzorg adviseerde negatief over omgang vanwege de agressieve houding van moeder, het ontkennen van de problematiek en het loyaliteitsconflict waarin het kind verkeert. Vader stond echter achter het verzoek van moeder.
De rechtbank oordeelde dat omgang met moeder in het belang van het kind is, mede omdat het kind zelf omgang wenst en vader geen bezwaar heeft. Er waren onvoldoende contra-indicaties om omgang te weigeren. Wel werd de omgang geleidelijk vastgesteld, te beginnen met enkele zaterdagmiddagen en vanaf eind november een weekend per twee weken.
De rechtbank legde nadruk op het belang dat moeder zich houdt aan voorwaarden, zoals het niet betrekken van het kind in conflicten en het meewerken aan hulpverlening. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders verzochte werd afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek van moeder tot omgang met het ondertoezichtgestelde en uithuisgeplaatste kind toe met een geleidelijke omgangsregeling.