ECLI:NL:RBROE:2008:BG2161
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P.C.G. Brants
- Rechtspraak.nl
Ontzegging omgangsrecht vader met minderjarige dochter wegens veiligheid en traumatische ervaringen
De vader verzocht bij de rechtbank Roermond om gezamenlijk gezag over zijn minderjarige dochter en een omgangsregeling. Hij stelde dat de omstandigheden waren veranderd, onder meer door zijn begeleiding onder reclasseringstoezicht en het ontbreken van nieuwe escalaties. De moeder verzocht om afwijzing van deze verzoeken vanwege de ernstige spanningen en eerdere mishandelingen door de vader, die ook tot een gevangenisstraf leidden.
Tijdens de zitting, waarbij ook de raad voor de kinderbescherming aanwezig was, werd vastgesteld dat het kind traumatische ervaringen heeft en in behandeling is vanwege angsten. De moeder en de raad stelden dat omgang met de vader ernstige onrust veroorzaakt en het belang van het kind schaadt. De rechtbank oordeelde dat de verstandhouding tussen de ouders zodanig verstoord is dat gezamenlijk gezag niet in het belang van het kind is.
De rechtbank concludeerde dat omgang met de vader schadelijk is voor het kind vanwege de eerdere mishandelingen, de traumatische gevolgen en de aanhoudende spanningen. Ondanks de reclasseringsbegeleiding en toezeggingen van de vader, is omgang gedurende drie jaar niet verantwoord. De vader werd tevens veroordeeld in de proceskosten van de moeder.
Uitkomst: Het verzoek tot gezamenlijk gezag wordt afgewezen en de vader wordt het omgangsrecht met het kind ontzegd voor drie jaren.