ECLI:NL:RBROE:2008:BG2182
Rechtbank Roermond
- Kort geding
- P.C.G. Brants
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot ontruiming voormalige echtelijke woning na echtscheiding
De man en vrouw zijn gescheiden en mede-eigenaar van de voormalige echtelijke woning. De rechtbank had het voortgezet gebruik van de woning voor zes maanden aan de man toegewezen, maar de vrouw woont er nog met hun minderjarige zoon. De man woont sinds oktober 2007 in een caravan en wil terugkeren naar de woning om dubbele woonlasten te voorkomen.
De man vordert dat de vrouw de woning verlaat en stelt dat zij misbruik maakt van haar recht door niet te vertrekken en geen initiatief te nemen tot het vinden van andere woonruimte. De vrouw voert verweer en stelt dat de man geen spoedeisend belang heeft en dat zij slechts één woningaanbod heeft geweigerd vanwege slechte staat.
De voorzieningenrechter oordeelt dat partijen mede-eigenaar zijn en dat het voortgezet gebruik na 1 augustus 2008 gelijkgerechtigd is. De man moet een bodemprocedure starten voor toewijzing van alleengebruik. Hoewel er een spoedeisend belang is, is de zaak niet geschikt voor kort geding vanwege onvoldoende vastgestelde feiten.
De vordering wordt afgewezen en de proceskosten worden gecompenseerd, waarbij elk zijn eigen kosten draagt.
Uitkomst: De vordering van de man tot ontruiming van de voormalige echtelijke woning wordt afgewezen.