ECLI:NL:RBROE:2008:BG3432
Rechtbank Roermond
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek onmiddellijke voorziening omgangsregeling na echtscheiding
De rechtbank Roermond behandelde een kort geding waarin de man vorderde dat de vrouw de omgangsregeling uit het echtscheidingsconvenant van 29 juni 2006 zou naleven, met oplegging van een dwangsom bij niet-nakoming.
De echtscheiding tussen partijen was uitgesproken door de rechtbank Maastricht op 2 augustus 2006. De omgangsregeling betrof de minderjarige kinderen geboren in 2001 en 2004. De man stelde dat de vrouw de omgang naliet en vorderde een onmiddellijke voorziening.
De rechtbank overwoog dat er geen spoedeisend belang was omdat partijen inmiddels voorlopige afspraken hadden gemaakt over de omgang, begeleid door Bureau Jeugdzorg en de Raad voor de Kinderbescherming, en deze afspraken werden nagekomen. Het lopende onderzoek van de Raad en de bemiddelingsgesprekken maakten het niet noodzakelijk een onmiddellijke voorziening te treffen.
De vordering werd daarom afgewezen en de man werd veroordeeld in de proceskosten, begroot op €1.070 ten gunste van de vrouw.
Uitkomst: Verzoek man tot onmiddellijke voorziening nakoming omgangsregeling wordt afgewezen wegens ontbreken spoedeisend belang.