ECLI:NL:RBROE:2008:BG3775
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen overgang van onderneming bij wisseling werkgever en nietig proeftijdbeding
Eiser trad op 1 mei 2003 in dienst bij een eenmanszaak en verrichtte chauffeurswerkzaamheden. Na bedrijfsbeëindiging vroeg de werkgever een ontslagvergunning aan, waarna eiser per 1 oktober 2007 bij gedaagde in dienst trad met een proeftijd van een maand. Gedaagde beëindigde de arbeidsovereenkomst binnen de proeftijd, waarop eiser zich ziek meldde.
Eiser stelde dat sprake was van opvolgend werkgeverschap en dat het proeftijdbeding daarom nietig was. Hij voerde aan dat overleg had plaatsgevonden tussen de oude en nieuwe werkgever en dat hij dezelfde werkzaamheden bleef verrichten. Gedaagde betwistte dit en stelde dat geen sprake was van overname van onderneming of werknemer, en dat de werkzaamheden en marktsegmenten wezenlijk verschilden.
De rechtbank beoordeelde of er sprake was van een overgang van onderneming als bedoeld in art. 7:663 BW Pro. Gelet op het verschil in marktsegmenten, aard van de bedrijven en het ontbreken van behoud van identiteit, concludeerde de rechtbank dat geen overgang van onderneming had plaatsgevonden. Hierdoor was het proeftijdbeding geldig en kon de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig binnen de proeftijd worden beëindigd.
De vordering van eiser tot doorbetaling van loon werd afgewezen en eiser werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot doorbetaling van loon wordt afgewezen omdat geen sprake is van overgang van onderneming en het proeftijdbeding geldig is.