ECLI:NL:RBROE:2008:BG3846
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering provincie Limburg wegens onvoldoende stelplicht en strijd met procesrecht
De provincie Limburg vorderde een verklaring voor recht dat uitlatingen van de gedaagde tussen maart en mei 2007, waarin een verband werd gelegd tussen de provincie en ambtsmisbruik, corruptie, chantage en omkoping, onrechtmatig waren. Tevens werd een verbod op dergelijke uitlatingen en schadevergoeding gevorderd.
De rechtbank oordeelde dat de provincie niet aan haar stelplicht had voldaan omdat zij geen concrete uitlatingen had genoemd, maar slechts verwees naar een groot aantal producties zonder duidelijke context of inhoud. Hierdoor was het voor de rechtbank onmogelijk om de relevante uitlatingen te selecteren en beoordelen. Dit was in strijd met het beginsel van partij-autonomie en de lijdelijkheid van de rechter.
Daarnaast verwierp de rechtbank het beroep van de provincie op grondrechten zoals artikel 8 EVRM Pro, omdat de provincie als overheid zich niet tegenover een burger op grondrechten kan beroepen. De vordering tot schadevergoeding werd afgewezen wegens het ontbreken van een concreet schadebedrag.
De rechtbank wees de vorderingen van de provincie af en veroordeelde haar in de proceskosten van de gedaagde.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van de provincie af wegens onvoldoende stelplicht en strijd met het burgerlijk procesrecht en veroordeelt de provincie in de proceskosten.