ECLI:NL:RBROE:2008:BG4955
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - meervoudig
- Th.M. Schelfhout
- A.W.P. Letschert
- V.P. van Deventer
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verwijtbare werkloosheid na ontslag aspirant politiemedewerker
Belanghebbende was aspirant politiemedewerker en werd na intern onderzoek wegens vermoedelijk ongewenst gedrag en ongeschiktheid ontslagen. De werkgever koos voor een ontslag op grond van ongeschiktheid en zag af van ontslag wegens plichtsverzuim, hoewel dit werd onderzocht.
Belanghebbende vroeg een WW-uitkering aan, maar de werkgever betwistte verwijtbare werkloosheid, omdat er geen dringende reden in de zin van artikel 678 BW Pro was. De rechtbank toetste of het ontslag een verwijtbare arbeidsrechtelijke dringende reden vormde, zoals vereist voor weigering van WW-uitkering.
De rechtbank concludeerde dat het ontslag berustte op ongeschiktheid en niet op plichtsverzuim, en dat het achterwege laten van ontslag op staande voet een indicatie is dat geen dringende reden aanwezig was. Ook de schorsing en ontzegging van toegang waren onvoldoende voor verwijtbare werkloosheid.
De rechtbank oordeelde dat de werkgever niet aannemelijk had gemaakt dat bijzondere omstandigheden bestonden die verwijtbare werkloosheid rechtvaardigen. De beroepen van de werkgever tegen de toekenning van WW-voorschot en uitkering werden daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: De beroepen van de werkgever tegen de toekenning van WW-voorschot en uitkering aan belanghebbende worden ongegrond verklaard.