ECLI:NL:RBROE:2008:BG7390

Rechtbank Roermond

Datum uitspraak
10 december 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
88601 / FA RK 08-1158
Instantie
Rechtbank Roermond
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:227 BWArt. 1:228 BWArt. 222 Angolese familierechtArt. 221 Angolese familierechtArt. 201 Angolese familierecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot adoptie alleenstaande minderjarige vreemdeling wegens onvoldoende belang en onduidelijkheid ouderlijke instemming

De rechtbank Roermond behandelde een verzoek tot adoptie van een 16-jarige minderjarige uit Angola, die als asielzoeker in Nederland verbleef en sinds 2003 bij het adoptiegezin woonde. De adoptanten vroegen om adoptie uit te spreken, geboortegegevens vast te stellen en de geslachtsnaam van het kind te wijzigen.

De rechtbank stelde vast dat de Wet Conflictenrecht Adoptie (WCAd) van toepassing was, aangezien het kind als asielzoeker naar Nederland was gekomen en niet met het oog op adoptie. De adoptanten voldeden aan enkele formele voorwaarden, zoals leeftijdsverschil en verzorging van het kind.

Echter, de rechtbank kon niet verifiëren of de biologische ouders daadwerkelijk instemden met de adoptie. De overgelegde verklaring was twijfelachtig en er was geen bewijs dat de ouders het gezag hadden verloren volgens Nederlands of Angolees recht. Ook ontbrak onderzoek naar het belang van het kind, zijn toekomstmogelijkheden in Angola en de verwachtingen van de ouders.

Gezien deze tekortkomingen en het ontbreken van voldoende bewijs van het kennelijk belang van het kind, wees de rechtbank het adoptieverzoek af. De uitspraak werd gedaan door kinderrechters Brants, Beaumont en Dijkshoorn-Sleebe op 10 december 2008.

Uitkomst: Het verzoek tot adoptie wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van ouderlijke instemming en het ontbreken van het kennelijk belang van het kind.

Uitspraak

RECHTBANK ROERMOND
Sector civielrecht
Zaaknummer: 88601 / FA RK 08-1158
Beschikking van 10 december 2008 betreffende adoptie
in de zaak van:
[adoptant],
hierna ook te noemen adoptant,
en
[adoptante],
hierna ook te noemen adoptante,
beiden wonende te [woonplaats], [adres],
advocaat: mr. M. Koomen.
1. Het verloop van de procedure
1.1. Het verzoek houdt in dat de rechtbank:
- de adoptie door adoptanten zal uitspreken van het kind [de minderjarige], verder ook te noemen [de minderjarige], geboren te [geboorteplaats] (Angola) op [geboortedatum 1992];
- de geboortegegevens van [de minderjarige] zal vaststellen;
- zal verstaan dat de adoptanten hebben verklaard dat [de minderjarige] de geslachtsnaam [geslachtsnaam van adoptant] zal dragen, opdat de volledige namen van de minderjarige zullen luiden: [de voornamen en geslachtnamen].
1.2. Op 13 november 2008 heeft de mondelinge behandeling met gesloten deuren plaatsgevonden. De griffier heeft daarvan een afzonderlijk procesverbaal opgemaakt.
Bij deze behandeling zijn verschenen:
- adoptanten en [de minderjarige], bijgestaan door mr. E.J.A. Brons.
1.3. Adoptanten hebben ter zitting een pleitnotitie met bijlagen overgelegd.
2. De vaststellingen en overwegingen
2.1. Uit de stukken blijkt het volgende.
[de minderjarige] is 16 jaar oud en in Angola geboren als zoon uit het huwelijk van [vader] en [moeder]. De ouders van [de minderjarige] zijn inmiddels gescheiden.
Op 3 juni 2003 heeft [de minderjarige] in Nederland asiel aangevraagd. Voordien verbleef hij minstens zes maanden bij zijn zus in [woonplaats], in welke periode hij nog niet in Nederland geregistreerd was.
Bij uitspraak van de rechtbank te ‘s-Hertogenbosch, sector kanton, van 9 september 2003 is de Stichting Nidos, gevestigd te Utrecht, benoemd tot tijdelijk voogdes.
[de minderjarige] is op 10 september 2003 ondergebracht bij het opvanggezin [adoptanten], waar hij thans nog steeds verblijft.
Bij uitspraak van de rechtbank te Utrecht van 18 juni 2008 is de pleegvader belast met de voogdij over [de minderjarige].
2.2. [de minderjarige] is niet naar Nederland gekomen met het oog op adoptie, maar als asielzoeker. In dat geval is de Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie (WOBKA) niet van toepassing, maar dient het verzoek te worden beoordeeld aan de hand van de Wet Conflictenrecht Adoptie (hierna WCAd). Die wet regelt het conflictenrecht inzake adoptie en de erkenning van buitenlandse adopties.
Artikel 3 van Pro die wet regelt het recht dat van toepassing is op de in Nederland uit te spreken adoptie en haar rechtsgevolgen. Op een in Nederland uit te spreken adoptie is Nederlands recht van toepassing behoudens het volgende. Op de toestemming dan wel raadpleging of de voorlichting van de ouders van het kind is het recht van de staat waarvan het kind de nationaliteit bezit, van toepassing
2.3. Titel 12 van boek 1 van het Burgerlijk Wetboek regelt de adoptie naar Nederlands recht. De artikelen 1:227 en 1:228 regelen de gronden en voorwaarden voor de adoptie. Op grond van lid 3 van artikel 1:227 kan Pro het verzoek alleen worden toegewezen, indien de adoptie in het kennelijk belang van het kind is, op het tijdstip van het verzoek tot adoptie vaststaat en voor de toekomst redelijkerwijs te voorzien is dat het kind niets meer van zijn ouder of ouders in de hoedanigheid van ouder te verwachten heeft, en aan de voorwaarden, genoemd in artikel 228, wordt voldaan.
2.4. Uit de overgelegde stukken blijkt dat adoptanten reeds meer dan drie aaneengesloten jaren onmiddellijk voorafgaande aan de indiening van het verzoek met elkaar hebben samengeleefd.
2.5. Op grond van de bij het verzoekschrift overgelegde bescheiden en hetgeen bij de behandeling ter terechtzitting is gebleken, staat vast:
- dat het kind op de dag van het verzoek minderjarig was,
- dat het kind niet is een kleinkind van een adoptant,
- dat de adoptanten tenminste achttien jaren ouder zijn dan het kind,
- dat adoptanten op de dag van het verzoek het kind reeds meer dan een jaar hebben verzorgd en opgevoed.
2.6. Ten aanzien van voorwaarden van artikel 1:228 lid 1 onder Pro sub d en g BW inhoudende:
- dat geen der ouders het verzoek tegenspreekt,
overweegt de rechtbank als volgt.
Zoals hiervoor overwogen is op de toestemming dan wel raadpleging of de voorlichting van de ouders van het kind, het recht van de staat waarvan het kind de nationaliteit bezit, van toepassing (artikel 3, lid 2 WCAd), te weten in dit geval het Angolese recht. Op grond van artikel 201 van Pro het Angolese familierecht is een adoptie mogelijk als de ouders daarmee instemmen.
2.6.1. In haar beschikking van 7 maart 2007, waarin de rechtbank een eerder verzoek tot adoptie heeft afgewezen, heeft zij ten aanzien van de visie van de biologische ouders overwogen:
“De Stichting Nidos heeft alleen telefonisch contact met moeder gehad waaruit haar is gebleken dat moeder instemt met de adoptie en zich bewust is van de gevolgen. Enige voor de rechtbank verifieerbare verklaring ontbreekt echter. Wat er gedaan is om vader op te sporen is de rechtbank voorts niet gebleken. De rechtbank kan dan ook onvoldoende vaststellen dat geen der ouders het verzoek tegenspreekt.”
2.6.2. In de onderhavige procedure hebben adoptanten een verklaring overgelegd, die door de biologische ouders van de minderjarigen ondertekend zou zijn. De beëdigde vertaling van de verklaring luidt:
“Verklaring van Acceptatie van Adoptie
Op deze wijze willen wij u over het volgende inlichten: Dhr. [vader] met achternaam [achternaam], geboren [geboortedatum 1955] en mevr. [moeder], geboren op [geboortedatum 1963] zijn het eens dat de heer [adoptant] en mevrouw [adoptante] de verantwoording op zich nemen van onze zoon: [de minderjarige] geboren op [geboortedatum 1992] te [geboorteplaats], Angola.
Rekening houdend, met het feit dat zij [de minderjarige] al sinds augustus 2003 bij zich hebben, willen wij de autoriteiten informeren dat wij het eens zijn dat zij verantwoordelijk voor onze zoon zijn.”
De rechtbank kan niet verifiëren of deze verklaring daadwerkelijk van de biologische ouders afkomstig is. Daarbij komt dat de op de verklaring vermelde naam van de biologische vader [achternaam] met achternaam [achternaam], niet overeenkomt met de eerder opgegeven naam [naam van de biologische vader].
De rechtbank kan uit de inhoud van de verklaring niet afleiden dat de ouders instemmen met het verbreken van de familieband.
Daarmee staat niet vast dat de ouders instemmen met de adoptie.
2.7. Ten aanzien van voorwaarde van artikel 1:228 lid 1 onder Pro g BW inhoudende:
- dat de ouders niet meer het gezag over de minderjarige hebben;
overweegt de rechtbank als volgt.
2.7.1. In haar beschikking van 7 maart 2007, heeft de rechtbank ten aanzien van deze voorwaarde als volgt overwogen:
“De Stichting Nidos heeft alleen telefonisch contact met moeder gehad waaruit haar is gebleken dat moeder instemt met de adoptie en zich bewust is van de gevolgen. Enige voor de rechtbank verifieerbare verklaring ontbreekt echter. Wat er gedaan is om vader op te sporen is de rechtbank voorts niet gebleken. De rechtbank kan dan ook onvoldoende vaststellen dat geen der ouders het verzoek tegenspreekt.
Dat de ouder of ouders niet of niet langer het gezag over het te adopteren kind hebben is voorts niet gesteld noch gebleken. De rechtbank gaat er dan ook vanuit dat moeder nog steeds het gezag heeft. Of het gezag aan vader is ontnomen is de rechtbank niet bekend. Door de maatregel van voorlopige (NB moet zijn “tijdelijke”) voogdij wordt het gezag van de ouders niet aangetast. Adoptanten hebben niet getracht in Angola een gezagswijziging tot stand te brengen, terwijl de Angolese wet daarin wel voorziet. Dat dit niet mogelijk zou zijn is niet gesteld noch gebleken..”
Adoptanten stellen voorts, dat door de beslissing van de Utrechtse rechter, dat
pleegvader de voogdij heeft, voldaan is aan de voorwaarde dat de ouders niet meer het gezag over de minderjarige hebben. Artikel 222 van Pro het Angolese familierecht houdt immers in dat, indien de ouders de ouderlijke verantwoordelijkheid feitelijk langer dan een jaar niet meer uitoefenen, de maatregel van voogdij verplicht is. De voogdij vervangt dan, volgens artikel 221 van Pro voormeld recht, het ouderlijk gezag.
Bij beslissing van 18 juni 2008 heeft de rechtbank te Utrecht pleegvader ([naam pleegvader]) belast met de voogdij over [de minderjarige].
Dat deze, door een Nederlandse rechter getroffen, maatregel maakt dat, naar Angolees recht, de ouders geen gezag meer hebben, is door adoptanten onvoldoende onderbouwd.
2.8. Ten slotte heeft deze rechtbank in haar eerdere beslissing, ten aanzien van het vereiste dat de adoptie in het kennelijk belang van het kind dient te zijn, en op het tijdstip van het verzoek tot adoptie vaststaat en voor de toekomst redelijkerwijs te voorzien is, dat het kind niets meer van zijn ouder of ouders in de hoedanigheid van ouder te verwachten heeft, als volgt overwogen:
Ook als wel aan die voorwaarden zou zijn voldaan is de rechtbank niet op voorhand overtuigd van het kennelijk belang van [de minderjarige] bij de maatregel van adoptie. Er is niet onderzocht noch anderszins gebleken welke mogelijkheden [de minderjarige] in zijn land van herkomst heeft en wat de verwachtingen in de toekomst van zijn ouders zijn. Naar de rechtbank is gebleken heeft [de minderjarige] in elk geval nog contact met zijn moeder.
Zonder nadere informatie over vorenstaande kan de rechtbank het belang van [de minderjarige] onvoldoende beoordelen, zodat het verzoek ook om die reden wordt afgewezen.
2.8.1. De rechtbank is nog altijd niet overtuigd van het kennelijk belang van [de minderjarige] bij de maatregel van adoptie. Dat is nog steeds niet danwel onvoldoende aangetoond. Nog steeds is niet onderzocht welke mogelijkheden [de minderjarige] in zijn land van herkomst heeft en wat de verwachtingen in de toekomst van zijn ouders zijn. Dat de ouders instemmen met de adoptie blijkt, zoals hiervoor is overwogen, niet.
Adoptanten stellen weliswaar dat terugkeer van [de minderjarige] niet mogelijk is, omdat de diplomatieke vertegenwoordiging geen reisdocumenten wil afgeven nu er geen bewijs is dat [de minderjarige] uit Angola komt, maar zij onderbouwen die stelling met geen enkel stuk.
2.9. De rechtbank zal het verzoek dan ook afwijzen.
3. De beslissing
De rechtbank:
3.1. wijst het verzoek af.
De beslissing is gegeven door mr. P.C.G. Brants, mr. R.H.A.M. Beaumont en
mr. G.P.C. Dijkshoorn-Sleebe, kinderrechters, en ter openbare terechtzitting van
10 december 2008 uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.
tn
Tegen deze uitspraak kan beroep worden ingesteld door indiening van een beroepschrift bij het gerechtshof te
's-Hertogenbosch door verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze uitspraak is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van deze uitspraak; door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening van de uitspraak of nadat de uitspraak hun op andere wijze bekend is geworden.