ECLI:NL:RBROE:2008:BG7905
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering reparatie pensioenaanspraken wegens verjaring bij verboden onderscheidingsbeding
Eiseres was van 1972 tot 1982 in dienst bij gedaagde en kon toen niet deelnemen aan de pensioenregeling vanwege een verboden onderscheidingsbeding tussen mannelijke en vrouwelijke werknemers. In 2005 vorderde zij reparatie van haar pensioenaanspraken. De kantonrechter oordeelde dat de vordering verjaard is, omdat de verjaringstermijn van vijf jaar na het einde van het dienstverband in 1987 was verstreken en ook de verlengde termijn van twintig jaar in 2002 was verlopen.
Eiseres stelde dat zij pas in 2005 kennis kreeg van de schade en dat de verjaring daarom niet inging, maar de rechter verwierp dit omdat het aankomt op wat zij had kunnen weten. Ook het beroep op vertrouwen op reparatie op basis van een brief van een medewerkster werd afgewezen. Gedaagde voerde verder aan dat de vordering tot nakoming of schadevergoeding verjaard was en dat geen eigen bijdrage was betaald, wat een afwijzingsgrond zou zijn.
De rechter concludeerde dat de vordering een nakomingsvordering betreft op grond van Europese regels tegen ongelijke behandeling, die vijf jaar na einde dienstverband verjaard is. Er was geen stuiting van verjaring gebleken en de vordering is daarom afgewezen. Eiseres werd veroordeeld in de proceskosten en het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De vordering tot reparatie van pensioenaanspraken wordt afgewezen wegens verjaring.