ECLI:NL:RBROE:2009:BH0672

Rechtbank Roermond

Datum uitspraak
23 januari 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
04/860663-06
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 141 SrArt. 285 Sr
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs bedreiging en geweld in vereniging

De rechtbank Roermond behandelde op 23 januari 2009 de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van geweld in vereniging en bedreiging met een misdrijf tegen het leven gericht of zware mishandeling op 12 juni 2006 te Blerick.

De tenlastelegging betrof het gebruik van geweld met harde voorwerpen en het uiten van dreigende woorden richting twee slachtoffers. De officier van justitie vorderde bewijsverklaring van het primair ten laste gelegde, maar de verdediging stelde vrijspraak voor.

De rechtbank oordeelde dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs was dat verdachte actief heeft deelgenomen aan het geweld of de bedreigingen heeft geuit. De verklaringen van de slachtoffers waren onvoldoende om verdachte te veroordelen. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten.

Uitkomst: Verdachte werd vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van geweld en bedreiging.

Uitspraak

RECHTBANK ROERMOND
Parketnummer : 04/860663-06
Uitspraak d.d. : 23 januari 2009
TEGENSPRAAK
VONNIS
van de rechtbank Roermond,
meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen:
naam : [verdachte]
voornamen : [voornamen]
geboren op : [1971]
adres : [adres]
plaats : [plaats]
1. Het onderzoek van de zaak
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 9 januari 2009.
2. De tenlastelegging
De verdachte staat terecht ter zake dat:
1.
hij op of omstreeks 12 juni 2006 te Blerick, in elk geval in de gemeente Venlo, met een ander of anderen, in/bij het Wassumpark, in elk geval op of aan een voor het publiek waarneembare plaats, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], welk geweld heeft bestaan uit:
- het meermalen, althans eenmaal, maken van stekende of porrende en/of slaande bewegingen met een balk, in elk geval een langwerpig hard voorwerp, in de richting van [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of
- het (dreigend) op [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] afrennen, in elk geval toelopen en/of (vervolgens) joelen of schreeuwen in de richting van [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of
- het slaan of zwaaien met een kettingslot, in elk geval een hard voorwerp, in de richting van [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] en/of
- het opheffen of tonen van een ploertendoder, in elk geval een hard voorwerp, in de richting van [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of
- het meermalen, althans eenmaal, slaan en/of schoppen en/of duwen tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2];
Art. 141 Wetboek Pro van strafrecht.
Althans indien terzake het vorenstaande onder 1 geen veroordeling zou volgen:
hij op of omstreeks 12 juni 2006 te Blerick, in elk geval in de gemeente Venlo, [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte
opzettelijk voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] dreigend de woorden toegevoegd :"ik schiet je kapot" of "ik schiet jullie kapot", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
art. 285 Wetboek Pro van strafrecht.
Voor zover in de tenlastelegging kennelijke schrijffouten of misslagen voorkomen, zijn die in deze weergave van de tenlastelegging door de rechtbank verbeterd. De verdachte is door deze verbetering, zoals uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, niet in de verdediging geschaad.
3. De geldigheid van de dagvaarding
Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke eisen voldoet en dus geldig is.
4. De bevoegdheid van de rechtbank
Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen.
5. De ontvankelijkheid van de officier van justitie
Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. De officier van justitie kan dus in de vervolging worden ontvangen.
6. Schorsing der vervolging
Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing van de vervolging gebleken.
7. Bewijsoverwegingen
7.1 Standpunten van de officier van justitie en de verdediging
De officier van justitie heeft ter terechtzitting van 9 januari 2009 gevorderd dat het primair ten laste gelegde zal worden bewezen verklaard.
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het primair en het subsidiair ten laste gelegde.
7.2 Vrijspraakoverwegingen van de rechtbank
De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte primair en subsidiair is ten laste gelegd.
Ten aanzien van het primair tenlastegelegde feit acht de rechtbank onvoldoende bewijs voorhanden waaruit blijkt dat verdachte na zijn komst ter plaatse een actieve bijdrage heeft geleverd aan de tenlastegelegde gewelddadigheden.
Ten aanzien van de subsidiair tenlastegelegde bedreiging acht de rechtbank onvoldoende bewijs voorhanden waaruit blijkt dat verdachte degene is geweest die, anders dan uit de verklaring van [slachtoffer 1] naar voren komt, aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] de bedreigende woorden heeft toegevoegd “ik schiet je kapot” of “ik schiet jullie kapot”.
Gelet op het vorenstaande dient verdachte dan ook van het primair en het subsidiair tenlastegelegde te worden vrijgesproken.
BESLISSING
De rechtbank:
verklaart niet wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het primair en subsidiair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij;
Vonnis gewezen door mrs. F. Oelmeijer. C.C.W.M. Aretz en E.J.H.G. van Binnebeke, rechters, van wie mr. F. Oelmeijer voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. P.C.M. Müller, als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 23 januari 2009.
Zijnde mr. C.C.W.M. Aretz buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.